Systeem vergeet eerdere verrekening: navordering toegestaan

Een bv ontvangt € 3,5 miljoen dubbel terug na een jarenlange procedure over verliesverrekening. Het systeem van de Belastingdienst 'vergeet' dat de voorlopige teruggaven al eerder waren teruggevorderd. De inspecteur corrigeert de fout via navorderingsaanslagen. De bv stelt dat navordering op een verliesverrekeningsbeschikking niet mogelijk is. De rechter oordeelt anders. Een automatiseringsfout bij verliesverrekening kan worden hersteld via navordering.

Verlies eerst afgewezen, later alsnog geaccepteerd

De bv doet in 2011 aangifte vpb 2010 met een verlies van € 17,3 miljoen. Zij vraagt voorlopige verliesverrekening (carry-back) naar de jaren 2007, 2008 en 2009. De inspecteur verleent voorlopige teruggaven van in totaal € 3,5 miljoen. In 2014 legt de inspecteur de definitieve aanslag 2010 op naar een positief belastbaar bedrag. Hij accepteert het verlies niet en vordert de voorlopige teruggaven terug via die aanslag. De bv gaat in beroep en krijgt na een procedure tot aan de Hoge Raad in 2022 alsnog gelijk.

Systeem genereert dubbele teruggaaf

De inspecteur moet nu alsnog definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen afgeven. Een medewerker voert het verlies in het systeem in. Het systeem maakt automatisch beschikkingen aan, maar houdt geen rekening met het feit dat de voorlopige teruggaven al waren teruggevorderd in 2014. Resultaat: de bv ontvangt opnieuw € 3,5 miljoen. Uit een interne e-mail blijkt dat de medewerker niets kon aanpassen aan de verrekening van de voorlopige teruggaven. Het systeem bevatte die informatie niet meer.

Geen nieuw feit, wel kenbare fout

De inspecteur kan in deze zaak niet navorderen op grond van een nieuw feit. De inspecteur wist immers wat er was gebeurd. Hij wijkt daarom uit naar navordering wegens een kenbare fout. De bv stelt dat een verliesverrekeningsbeschikking geen belastingaanslag is en dat navordering langs die weg niet mogelijk is. De rechtbank verwerpt dit. 

Automatiseringsfout, geen beoordelingsfout

De bv stelt verder dat sprake is van een beoordelingsfout die niet via navordering kan worden hersteld. De rechtbank oordeelt anders. De fout is veroorzaakt door de geautomatiseerde verwerking, niet door een onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of het recht. Dat de betrokken medewerkers het probleem onderkenden maar niet handmatig konden ingrijpen, maakt dit niet anders. De fout was bovendien kenbaar voor de bv: zij ontving € 3,5 miljoen dubbel.

Systeemrisico's niet voor rekening samenleving

De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis. Fouten als gevolg van de geautomatiseerde werkwijze behoren niet geheel voor rekening van de Belastingdienst te blijven. Het financiële gewin van een individuele belastingplichtige bij een kenbare fout mag niet worden afgewenteld op de samenleving. De navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2026:3214 | 10-03-2026

Compromis over box 3 blijft staan

Tijdens een rechtszaak komt een man met de inspecteur overeen dat zijn werkelijk rendement in box 3 € 855 bedraagt. Enkele maanden later oordeelt de Hoge Raad dat bij de vaststelling van het werkelijk rendement geen rekening mag worden gehouden met kosten. De inspecteur wil het compromis vervolgens openbreken, maar het hof houdt hem aan de afspraak. Wie een compromis sluit, aanvaardt de kans dat latere jurisprudentie anders uitpakt.

Overeenstemming ter zitting

De aanslag IB/PVV 2018 vermeldt een box 3-inkomen van € 147.253. De inspecteur vermindert dat bedrag later naar € 63.621. De man is het daar niet mee eens en gaat in beroep. Tijdens de zitting bij de rechtbank bereiken zij overeenstemming. Zij stellen het werkelijk rendement vast op € 855. De rechtbank vermindert de aanslag dienovereenkomstig en veroordeelt de inspecteur tot betaling van wettelijke rente.

Inspecteur wil terugkomen op afspraak

De inspecteur gaat in hoger beroep. Hij stelt dat het overeengekomen bedrag van € 855 inclusief aftrek van bankkosten is berekend. Op 6 juni 2024 oordeelt de Hoge Raad echter dat bij de vaststelling van het werkelijk rendement geen rekening mag worden gehouden met kosten. Volgens de inspecteur moet het werkelijk rendement daarom € 1.738 bedragen in plaats van € 855.

Afspraak blijft gelden

Het hof houdt de inspecteur aan de afspraak. De man en de inspecteur wilden het geschil afronden en onzekerheid voorkomen. Daarmee hebben zij een bindende afspraak gesloten. De inspecteur heeft niet aangevoerd dat deze afspraak nietig of vernietigbaar is. Door akkoord te gaan, heeft hij ook het risico geaccepteerd dat latere rechtspraak anders zou uitpakken. 

Geen rentevergoeding

Op één punt krijgt de inspecteur wel gelijk. De rechtbank had bepaald dat hij wettelijke rente moest betalen over de periode tussen betaling en teruggaaf. Het hof vernietigt dit deel van de uitspraak. Volgens de Hoge Raad biedt de vermindering van belasting al voldoende herstel, ook zonder rente. Alleen als de rente hoger is dan de vermindering, geldt een uitzondering. Daarvan is hier geen sprake.

Compromis is compromis

Deze uitspraak bevestigt dat een compromis bindend is, ook als latere rechtspraak een gunstigere uitkomst oplevert. Dat geldt voor beide partijen. Wie zekerheid koopt, aanvaardt de kans dat het achteraf anders had gekund.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:805 | 24-03-2026

Geldstromen naar privé leiden tot aansprakelijkheid bestuurder

Een bestuurder van een transportbedrijf wordt aansprakelijk gesteld voor bijna € 730.000 aan onbetaalde loonheffing en omzetbelasting. Hij stelt dat hij tijdig melding van betalingsonmacht heeft gedaan. De rechtbank oordeelt echter dat dit niet het geval is. Het verzoek om corona-uitstel is ingediend op basis van een onjuiste reden. Daarnaast is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Terwijl de belastingschulden oplopen, ontvangt de bestuurder ruim € 470.000 van groepsvennootschappen zonder dat duidelijk is waarvoor.

Sterke groei, geen belasting betaald

Het transportbedrijf wordt opgericht in augustus 2020 en groeit snel. De omzet stijgt van € 1,5 miljoen in 2020 naar bijna € 9 miljoen in 2023. Tegelijk blijven aanzienlijke bedragen aan loonheffing en omzetbelasting onbetaald. In januari 2022 vraagt het bedrijf corona-uitstel aan vanwege terugvallende opdrachten. De Belastingdienst verleent dit uitstel, maar trekt het later in, omdat onvoldoende uitleg wordt gegeven over de relatie met corona.

Corona-uitstel op verkeerde gronden

De bestuurder stelt dat het verzoek om corona-uitstel geldt als melding van betalingsonmacht. De rechtbank verwerpt dit standpunt. De opgegeven reden blijkt onjuist in het licht van de sterke omzetgroei. Daardoor geldt het verzoek niet als een geldige melding. Een later verzoek om een betalingsregeling van 1 mei 2023 wordt wel als melding gezien, maar dit is alleen tijdig voor de maanden februari en maart 2023.

Geen redelijk handelend bestuurder

Ook voor deze maanden blijft de bestuurder aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder is op de hoogte van de belastingschulden en ontvangt hierover meerdere overzichten. Toch blijven aangiften uit of worden te laat ingediend en lopen de schulden verder op. Tegelijkertijd wordt € 3,8 miljoen overgeboekt naar gelieerde vennootschappen. Volgens de bestuurder zijn deze betalingen nodig voor de continuïteit van de groep, maar een groot deel van het geld komt uiteindelijk bij hemzelf terecht.

Ruim vier ton zonder verklaring

In drie jaar tijd ontvangt de bestuurder € 723.567 op zijn privérekening vanuit groepsvennootschappen. Hiervan betreft € 253.108 nettoloon. Voor het resterende bedrag van € 470.459 geeft hij geen verklaring. Ook uit bankafschriften blijkt niet waarvoor deze bedragen zijn betaald. De rechtbank acht aannemelijk dat een groot deel van dit bedrag indirect afkomstig is van het transportbedrijf en kwalificeert deze betalingen als onzakelijk.

Niet-bestaande jurisprudentie

Opvallend is dat de rechtbank een deel van het beroepschrift buiten beschouwing laat. Het bevat meerdere foutieve en niet-bestaande verwijzingen naar jurisprudentie. De rechtbank laat de stellingen die daarop zijn gebaseerd buiten beschouwing. Het patroon van niet-bestaande arresten met plausibel klinkende vindplaatsen doet denken aan AI-hallucinaties. De rechtbank zegt het niet met zoveel woorden, maar de boodschap is helder: controleer uw bronnen.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2026:2673 | 10-03-2026