Hoge Raad verruimt mogelijkheid om belastingschuld aan te vechten

Een adviseur begeleidt de sanering van een groep vennootschappen. De vennootschappen gaan failliet. De curator stelt de adviseur aansprakelijk voor de schade van de schuldeisers. Die schade bestaat grotendeels uit belastingschulden. De adviseur vindt dat die belastingschulden niet kloppen en wil dat de Ontvanger ze intrekt. Kan een buitenstaander de belastingschuld van een ander aanvechten?

Faillissement en Peeters/Gatzen-vordering

In 2006 gaan zeven vennootschappen failliet. De Ontvanger dient naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting in. De curator stelt de adviseur aansprakelijk namens de gezamenlijke schuldeisers wegens onrechtmatig handelen bij de sanering. Dit is een zogeheten Peeters/Gatzen-vordering: de curator vordert niet namens de boedel, maar namens alle schuldeisers gezamenlijk. Het hof wijst de vordering toe en veroordeelt de adviseur tot schadevergoeding. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Nieuwe administratie duikt op

Jaren later krijgt de adviseur administratie in handen waaruit zou blijken dat de vennootschappen helemaal geen omzetbelastingschulden hadden. Hij probeert het arrest te laten herroepen. De Hoge Raad vernietigt de afwijzing van dat verzoek en wijst de zaak terug. Uiteindelijk schikken de adviseur en de curator. Maar daarmee is de kous niet af. De adviseur wil ook dat de Ontvanger de belastingaanslagen intrekt.

Ontvanger erkent kleine fout

De adviseur vraagt de Ontvanger de belastingaanslagen te toetsen op materiële verschuldigdheid. De Ontvanger erkent dat een bedrag van € 14.006 ten onrechte niet is verrekend, maar wijst het verzoek voor het overige af. De aanslagen zijn volgens hem niet onmiskenbaar onjuist. De adviseur stapt naar de burgerlijke rechter en eist intrekking plus schadevergoeding. De rechtbank en het hof wijzen de vorderingen af.

Ommezwaai bij verhaalsconcurrentie

De Hoge Raad zet de regels op een rij. Als de Ontvanger iemand aansprakelijk stelt voor de belastingschuld van een ander, mag die persoon de juistheid van de schuld bij de burgerlijke rechter betwisten. Nieuw is dat dit ook geldt bij verhaalsconcurrentie, de situatie waarin de Ontvanger en een andere schuldeiser beide verhaal zoeken op dezelfde schuldenaar. Op dit punt komt de Hoge Raad uitdrukkelijk terug van zijn in 2011 gewezen arrest Dumatrust/Ontvanger.

Adviseur vangt bot

De adviseur valt echter buiten deze categorieën. Hij is niet door de Ontvanger aansprakelijk gesteld en er is geen verhaalsconcurrentie. Het is de curator die hem aansprakelijk heeft gesteld. In zo'n geval moet de adviseur het uitvechten met de curator, niét met de Ontvanger. De Ontvanger handelt pas onrechtmatig als hij bij indiening of handhaving van de vordering wist, of na onderzoek had moeten weten, dat de aanslagen niet klopten. Dat is hier niet gebleken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:817 | 28-05-2026

Misbruik van procesrecht door ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken

Een man verzoekt bij de rechter om schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis. Volgens de man is niet voldaan aan bepaalde wettelijke vereisten, zoals het opstellen van een notariële huurkoopakte. De rechtbank wijst dit verzoek af en veroordeelt de man tot vergoeding van de volledige proceskosten wegens misbruik van procesrecht. De man brengt herhaaldelijk dezelfde inhoudelijke argumenten naar voren die al in eerdere procedures definitief zijn afgewezen. Daarnaast baseert hij zijn vorderingen op feiten waarvan hij wist, of had moeten weten, dat deze juridisch onjuist zijn.

De rechter weegt mee dat de man zijn processtukken naar eigen zeggen heeft opgesteld met behulp van een AI-instrument. Het zonder meer gebruiken van ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken draagt volgens de rechter bij aan het misbruik van procesrecht. Die processtukken bevatten verschillende onbegrijpelijke verwijzingen naar wetsartikelen en juridische onjuistheden. De rechter rekent het de man aan dat hij de door AI geproduceerde stukken niet goed naleest en de juridische relevantie en juistheid ervan niet laat controleren door bijvoorbeeld een raadsman.

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOBR:2025:8495 | 23-12-2025

Belastingadviseur niet aansprakelijk voor gemiste bezwaartermijn

Een coffeeshopeigenaar start een procedure tegen zijn belastingadviseur na problemen met de Belastingdienst. Hij verwijt de belastingadviseur tekortschietende bijstand tijdens een boekenonderzoek en de daaropvolgende belastingaanslagen. Uiteindelijk moet de coffeeshopeigenaar ruim een miljoen euro aan de Belastingdienst betalen. De rechtsvraag is of de belastingadviseur aansprakelijk is voor schade die de coffeeshopeigenaar lijdt doordat bezwaartermijnen zijn gemist.

Bezwaar te laat

De belastingplichtige beweert dat zijn belastingadviseur tekortschiet door niet tijdig bezwaar te maken tegen een informatiebeschikking en navorderingsaanslag. Hij stelt dat de belastingadviseur zijn bewijspositie verzwakt door deze "beroerd" te noemen in communicatie met de Belastingdienst. Door deze fouten is volgens hem een miljoenenschikking onvermijdelijk geworden.

De belastingadviseur ontkent alle verwijten. Hij werd pas ingeschakeld nadat bezwaartermijnen waren verstreken en koos bewust voor een strategie zonder kansloze bezwaren die de Belastingdienst zouden irriteren. Hij benadrukt dat de belastingplichtige zelf verantwoordelijk is voor het ontvangen van belangrijke post.

Adviseur verantwoordelijk

De rechtbank oordeelt dat de belastingadviseur op één punt is tekortgeschoten. Na het ontdekken van de informatiebeschikking had hij de belastingplichtige kritisch moeten bevragen over de postbezorging. Hierdoor zou aan het licht zijn gekomen dat er problemen waren met de administratie en postverwerking. De rechtbank meent dat de belastingadviseur de belastingplichtige had moeten waarschuwen voor de juridische gevolgen hiervan. Door dit na te laten is de onderhandelingspositie voor het jaar 2009 beperkt geraakt. De rechtbank wijst 10% van de gevorderde schadevergoeding toe.

Klant verantwoordelijk

Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het hof oordeelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de belastingplichtige is om ervoor te zorgen dat post hem bereikt. Dit geldt des te meer voor een ondernemer met grote fiscale belangen. De belastingplichtige wist dat er problemen waren met de postbezorging, maar nam geen maatregelen. Verder acht het hof de strategie van de belastingadviseur goed verdedigbaar. Het bezwaar tegen de informatiebeschikking zou weinig kans maken en kon de houding van de Belastingdienst negatief beïnvloeden. Het hof ziet geen tekortkoming in het handelen van de belastingadviseur en wijst alle vorderingen af.

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat een belastingplichtige een grote eigen verantwoordelijkheid draagt voor zijn fiscale zaken. Het missen van bezwaartermijnen komt in beginsel voor rekening en risico van de belastingplichtige zelf. Een belastingadviseur heeft weliswaar een zorgplicht, maar mag strategische keuzes maken als het gaat om bezwaar- en beroepsprocedures. Het is belangrijk dat u als ondernemer zorgt voor een goede postbezorging en -administratie, zeker als u in een procedure verwikkeld bent met de Belastingdienst. 

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2025:2169 | 14-04-2025