AI als juridisch adviseur: rechter niet onder de indruk

Een man krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Hij maakt bezwaar en gaat vervolgens in beroep. Hij verwijst naar een uitspraak die niet bestaat en hamert op een verkeerde straatnaam in de aanslag. De rechtbank vermoedt dat de man juridisch advies heeft ingewonnen bij ChatGPT. Dat had hij beter ‘bij iemand die ter zake kundig is’ kunnen doen.

Fout parkeervak, foute straatnaam

Een man parkeert, zonder te betalen, zijn auto in een zijstraat zonder naam in ‘s-Hertogenbosch. Een scanauto registreert de overtreding en een naheffingsaanslag volgt. De man maakt bezwaar tegen de naheffingsaanslag, aangezien in de aanslag een verkeerde straatnaam is vermeld. De heffingsambtenaar legt uit dat het systeem bij een naamloze straat automatisch de dichtstbijzijnde straat met een naam selecteert. De man laat het er niet bij zitten en gaat in beroep. Hij vindt dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag.

Hallucinerende AI

De rechtbank heeft de indruk dat de man juridisch advies heeft ingewonnen bij ChatGPT of een andere generatieve AI. Een sterke aanwijzing hiervoor is dat de man verwijst naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2022. Deze uitspraak bestaat niet. Het ECLI-nummer betreft een niet-gepubliceerde uitspraak van 20 juli 2022 in een civiele zaak. Ook is van de rechtbank Amsterdam geen uitspraak van 18 augustus 2022 gepubliceerd die over een parkeerbelastingzaak gaat. De rechtbank overweegt dat generatieve AI regelmatig ‘hallucineert’ bij het aanhalen van rechtspraak. Had de man een deskundige geraadpleegd, dan had deze hem verteld dat procederen zinloos was. Dit had hem zowel de naheffingsaanslag als het griffierecht bespaard.

Zo formalistisch zit het recht niet in elkaar

De rechtbank maakt korte metten met de argumenten van de man. De straatnaamvermelding dient ertoe dat duidelijk is waar het voertuig stond. Dat was de man kristalhelder, want hij voegde zelf een kaartje bij zijn beroepschrift met de exacte locatie. Die kwam vrijwel overeen met de registratie van de heffingsambtenaar. Een verkeerde straatnaam is dus geen reden de aanslag te vernietigen. De man voert verder aan dat het parkeerbord niet goed zichtbaar was door begroeiing. De rechtbank acht het opvallend dat hij dit argument pas in laatste instantie opwerpt. Bovendien stonden er zoneborden langs de toegangswegen, waardoor de betalingsverplichting voldoende duidelijk was.

Vraag een mens

Deze uitspraak is een waarschuwing voor wie juridisch advies inwint bij AI. Generatieve AI kan overtuigend klinkende, maar onjuiste informatie produceren, inclusief verwijzingen naar niet-bestaande rechtspraak. Advies inwinnen bij iemand die ter zake kundig is, scheelt een gang naar de rechter (én het schaamrood op de kaken). De man in kwestie is nu niet alleen de al betaalde kosten voor de naheffingsaanslag kwijt, maar ook het griffierecht. Leergeld, zullen we maar zeggen.

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOBR:2026:934 | 11-02-2026

Vanaf juli 2026 douanerecht van € 3 op kleine pakketjes

De Raad van de Europese Unie heeft besloten om vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 te heffen op kleine pakketten met een waarde onder € 150. Op dit moment worden dergelijke zendingen nog rechtenvrij in de EU ingevoerd. De nieuwe maatregel moet oneerlijke concurrentie tegengaan en consumenten beter beschermen. Maar wat betekent dit precies voor importeurs en ondernemers?

Huidige situatie

Op dit moment geldt voor goederen met een waarde onder de € 150 een vrijstelling van invoerrechten. Verkopers van buiten de EU hoeven daardoor geen douanerechten af te dragen over hun producten. Dit geeft hun een concurrentievoordeel ten opzichte van Europese ondernemers, die wel aan alle regels moeten voldoen. Bovendien leidt de vrijstelling tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s, fraude en milieubelasting door de enorme stroom goedkope pakketjes.

De nieuwe regeling

Vanaf 1 juli 2026 geldt een tijdelijk douanerecht van € 3 per product of productgroep in een zending van buiten de EU. De heffing wordt alleen berekend bij pakketten met een waarde van minder dan € 150, die van buiten de EU rechtstreeks worden geleverd aan een consument binnen de EU. Het bedrag wordt berekend op basis van de tariefposten van de goederen. 

De regeling geldt voor alle verkopers van buiten de EU die zich registreren in het éénloketsysteem voor invoer (IOSS). Dit systeem wordt gebruikt voor de btw-afdracht en omvat naar schatting 93% van alle e-commerce naar de EU. De maatregel is tijdelijk van aard, naar verwachting tot medio 2028. Zodra de permanente afschaffing van de vrijstellingsdrempel operationeel wordt, vervalt het vaste tarief van € 3. Vanaf dat moment gelden de reguliere EU-tarieven voor alle producten onder € 150.

Gevolgen voor de praktijk

Formeel worden de heffingen in rekening gebracht bij de leverancier. De verwachting is echter dat deze de kosten doorberekent. Voor consumenten betekent de wijziging dat online aankopen van buiten de EU duurder worden. Een pakketje met drie verschillende artikelen kost straks € 9 extra aan douanerechten. Een pakketje met duizend dezelfde producten € 3. De Europese Commissie evalueert regelmatig of het tarief moet worden uitgebreid naar goederen van handelaren die niet in het IOSS zijn geregistreerd.

Handling fee

Naast de invoerheffing werkt de EU ook aan een handling fee om de gestegen douanekosten te compenseren. De handling fee geldt voor e-commercezendingen met een waarde van minder dan € 150, die buiten de EU zijn gekocht en die rechtstreeks worden geleverd aan een consument binnen de EU. Voor deze zendingen gaat een aanvullende heffing gelden van € 2 per aangifteregel. De Europese handelingskostenvergoeding wordt naar verwachting in november 2026 ingevoerd. Nederland was van plan om hierop vooruit te lopen en een eigen handling fee in te voeren. Deze is tot nader order uitgesteld. Zodra de Europese vergoeding van kracht is, verdwijnt een eventuele nationale handling fee.

Bron: Overig | persbericht | IP/25/3045 | 11-12-2025

Digitaal bezwaar maken nu mogelijk voor fiscaal dienstverleners

Sinds 8 april 2025 is het mogelijk om met administratiesoftware digitaal bezwaar in te dienen namens een klant. Een bezwaar per post aanleveren blijft ook mogelijk. Op dit moment is digitaal bezwaar mogelijk voor inkomstenbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. In de toekomst worden de mogelijkheden verder uitgebreid.

Bezwaar indienen tegen meer dan één aanslag of beschikking tegelijk is niet mogelijk. In het bezwaar tegen een aanslag kan ook bezwaar worden gemaakt tegen belastingrente of boetes die op de aanslag staan. Het is mogelijk om bijlagen mee te sturen met het bezwaar, met een maximum van 15 MB. Is het bezwaar digitaal verstuurd? Dan verschijnt na het versturen een digitale ontvangstbevestiging, net als bij het versturen van de aangifte.

Bezwaar kan worden ingediend met dezelfde administratiesoftware die wordt gebruikt voor de aangiften. Vraag aan de softwareleverancier of diens software digitaal bezwaar maken ondersteunt. Het bezwaar komt dan rechtstreeks binnen bij de Belastingdienst.

Bron: Belastingdienst | persbericht | 06-04-2025