Auto pas youngtimer bij 25 jaar

De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Voor deze auto’s geldt een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer. Voor auto’s die onder de leeftijdsgrens zitten, geldt een bijtelling van 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd met de korting voor nulemissie voertuigen.

De leeftijdsgrens wordt per 2026 verhoogd van 15 jaar naar 16 jaar. Hierdoor komen er in 2026 geen youngtimers meer bij. Per 2027 wordt de leeftijdsgrens verder verhoogd van 16 naar 25 jaar.

Bron: Tweede Kamer | wetswijziging | 36812, nr 102 | 26-11-2025

Wijzigingen omzetbelasting en accijns

Behoud lage btw op cultuur, media en sport

De voorgenomen verhoging van het lage btw-tarief (9% → 21%) gaat niet door voor cultuur, media en sport. Het kabinet en de Tweede Kamer vinden het belangrijk dat bijvoorbeeld boeken, concerten, tijdschriften en sportactiviteiten betaalbaar blijven.

Dekking via inkomsten- en loonbelasting

Om toch te bezuinigen, wordt de inflatiecorrectie van de inkomsten- en loonbelasting voor 2026 beperkt. Normaal zou de inflatiecorrectie 2,9% bedragen (factor 1,029), maar nu wordt slechts 57% toegepast (factor 1,01653). Daardoor stijgen tariefschijven, heffingskortingen en enkele andere bedragen minder sterk. De beperking raakt onder meer de heffingskortingen, tariefschijven, grenzen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en enkele vrijstellingen (zoals groen beleggen). Voor de loonbelasting gelden dezelfde aanpassingen, zodat deze aansluit bij de inkomstenbelasting. Samen met een andere inflatiebeperking uit het Belastingplan 2026 komt de totale inflatiecorrectie voor 2026 uit op 52,8% (factor 1,015312).

Accijnskorting ongelode benzine, diesel en LPG verlengd

De accijnstarieven voor ongelode benzine, diesel en LPG blijven per 1 januari 2026 gelijk aan het niveau van 1 juli 2023. Door niet te indexeren wordt de tijdelijke accijnskorting in 2026 ruimer dan in voorgaande jaren. Het doel is om de kosten van autorijden te verlagen, zonder de minimumbelastingniveaus van de EU-richtlijn energiebelastingen te schenden.

Strengere zuiveluitzondering alcoholvrije dranken

De zuiveluitzondering in de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken wordt aangescherpt. Alleen magere, halfvolle en volle melk, karnemelk en bepaalde sojadranken blijven vrijgesteld. Dranken met toegevoegde smaakstoffen, suiker of aromatisering, zoals chocolade- en frambozenmelk, worden belast. Sojadranken blijven alleen uitgezonderd als het suikergehalte 5% of minder is en het gehalte verzadigd vet 1,1% of minder is. Medicinale dranken en zuigelingenvoeding blijven uitgesloten.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025

Maatregelen box 3

Meer belasting voor beleggers, lager heffingsvrij vermogen

De invoering van een nieuw box 3-stelsel (werkelijk rendement) schuift door naar 2028. Om het gat te dichten dat is ontstaan door het uitstel van de hervorming, sleutelt het kabinet tijdelijk aan het huidige systeem. De maatregelen zijn tijdelijk (2026-2027). Twee aanpassingen springen eruit:

  1. Hoger forfait voor overige bezittingen
    Per 2026 gaat het forfait voor aandelen, obligaties en vastgoed omhoog van 6% naar 7,78%. De reden is dat de oude formule vooral naar huizenprijzen keek en rendementen onderschatte, omdat huuropbrengsten en het voordeel van eigen gebruik ontbraken. Die worden nu toegevoegd. Gevolg is dat beleggers in 'overige bezittingen' nu meer belasting betalen, tenzij zij met de tegenbewijsregeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager is.
  2. Lager heffingsvrij vermogen
    Het heffingsvrije vermogen daalt van € 57.684 naar € 51.396 per persoon. Daardoor stijgt het aantal box 3-betalers.

Lek met obligaties gedicht

Door obligaties met aangegroeide rente vlak voor het einde van het jaar te kopen, kon kunstmatig een verlies worden geboekt. Het kabinet grijpt daarom in met een wetswijziging die terugwerkt tot 25 augustus 2025, 16.00 uur. Het totaalrendement blijft hetzelfde, maar het kunstmatig schuiven tussen werkelijke en forfaitaire rendementen levert geen voordeel meer op. Het kabinet past de tegenbewijsregeling in box 3 aan op twee punten:

  1. Obligaties en vergelijkbare effecten worden niet meer gewaardeerd tegen de beurskoers zonder rente, maar op de economische waarde inclusief rente.
  2. De vrijstelling voor kortlopende termijnen (zoals aangegroeide rente) geldt niet langer in de tegenbewijsregeling, behalve voor banktegoeden (zoals deposito’s), omdat die niet overdraagbaar zijn.

Groen beleggen: uitstel afschaffing, maar per 2027 bijna geen voordeel meer

Groen beleggen krijgt in box 3 nu nog een vrijstelling en heffingskorting. In 2025 bedraagt de vrijstelling € 26.312 (partners € 52.624) en de heffingskorting 0,1% daarvan. Een eerder aangenomen amendement regelde dat deze voordelen per 2027 volledig zouden verdwijnen. De Belastingdienst gaf echter aan dat dit technisch niet uitvoerbaar is. Daarom verschuift de formele afschaffing naar 1 januari 2028. Om te voorkomen dat 2027 nog een volwaardig groenvoordeel oplevert, verlaagt het kabinet de vrijstelling in 2027 tot € 200 (partners € 400). De heffingskorting blijft bestaan, maar is door de lage vrijstelling verwaarloosbaar.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025