Opgebouwde verlofdagen in het buitenland tellen mee bij voorkoming dubbele belasting

Een werknemer in de scheepvaart gaat in beroep bij de rechter tegen de Belastingdienst over voorkoming van dubbele belasting en krijgt gelijk. De man werkt 35 dagen op een schip in het buitenland. Werknemers op dit schip werken twaalf uur per dag en verblijven 24 uur aan boord. Voor elke werkdag bouwen zij één verlofdag op. Dit is aanzienlijk meer dan bij reguliere banen. De werknemer stelt dat de verlofaanspraken die opgebouwd zijn tijdens het werk in het buitenland ook meetellen voor de voorkoming van dubbele belasting en claimt een aftrekpost van ruim € 17.000. De Belastingdienst kent slechts iets meer dan € 9.000 toe. 

Standpunten van partijen

De Belastingdienst houdt vast aan een strikte interpretatie en stelt dat alleen het loon voor dagen waarop werknemers fysiek arbeid verrichten op het schip in aanmerking komt voor aftrek, wat de aftrek van meer dan € 9.000 oplevert. De inspecteur sluit hiermee verlofaanspraken uit die tijdens de buitenlandse werkzaamheden ontstaan. De werknemer kiest daarentegen voor een bredere benadering. Volgens zijn berekening bedraagt de aftrek ruim € 17.000.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de werknemer volledig gelijk heeft. Het loon omvat alle voordelen en aanspraken die werknemers genieten als tegenprestatie voor hun arbeid aan boord van schepen. Dit is niet alleen het rechtstreeks met gewerkte uren samenhangende loon, maar ook:

  • pensioenaanspraken;
  • eindejaarsuitkeringen;
  • toeslagen;
  • verlofaanspraken.

De rechtbank oordeelt dat een verlofaanspraak in feite een recht vormt op doorbetaling van loon, terwijl geen arbeid wordt verricht. Voor elke dag dat een werknemer aan boord van het schip in het buitenland werkt, krijgt hij niet alleen recht op loon over die dag, maar ook recht op doorbetaling van loon over één op te nemen vrije dag. De rechtbank baseert haar oordeel op een eerder arrest van de Hoge Raad over tijdsevenredige toerekening van vakantierechten aan de werkstaat.
 

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2025:1923 | 19-05-2025

Belastingdienst is niet verplicht jaarlijks papieren aangiftebiljet toe te sturen

Een belastingplichtige weigert digitaal aangifte te doen vanwege privacybezwaren. Hij vindt dat de Belastingdienst hem automatisch elk jaar een papieren aangiftebiljet moet sturen. Nu moet hij telkens zelf bellen om een papieren formulier op te vragen. Voor burgers en hun adviseurs roept dit de vraag op hoe ver digitalisering mag gaan en welke rechten papierliefhebbers nog hebben. De man wacht met het aanvragen van een papieren biljet totdat de aanmaningstermijn is verlopen. Zo laat hij het aankomen op een boete. De boete kan hij aangrijpen om een antwoord te krijgen op zijn vraag. Mag de Belastingdienst burgers verplichten om elk jaar opnieuw een papieren aangiftebiljet aan te vragen?

Aangiftebiljet jaarlijks aanvragen?

De inspecteur houdt vol dat de huidige werkwijze correct is. Niemand wordt gedwongen om digitaal aangifte te doen. Papieren aangiften blijven op verzoek mogelijk. De Belastingdienst kiest bewust voor een eenvoudige uitvoeringsstructuur met zo min mogelijk verschillende processen, gelet op de enorme hoeveelheden jaarlijks te verwerken aangiften. Het jaarlijks aanvragen van een papieren biljet is een simpele handeling die weinig tijd kost.

De man stelt dat de Belastingdienst hem jaarlijks automatisch een papieren aangiftebiljet moet toesturen, net zoals dat in het verleden gebeurde. Hij verzet zich tegen het verplicht moeten doen van digitale aangiften vanwege risico's zoals hacking en diefstal van digitale gegevens. De man beroept zich op zijn grondwettelijk privacyrecht en vindt het onredelijk dat hij elk jaar zelf moet verzoeken om een papieren formulier. De Belastingdienst kan volgens hem eenvoudig een registratie bijhouden van mensen die op papier aangifte willen doen.

Simpele handeling

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur grotendeels gelijk heeft. Het verplichten van burgers om elk jaar een papieren aangiftebiljet aan te vragen is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Voor elke burger betekent dit slechts één keer per jaar een simpele, snel uit te voeren handeling waarbij vrijwel geen gegevens hoeven te worden aangeleverd. Burgers hoeven er ook niet zelf aan te denken, zij krijgen eerst een uitnodiging die hen eraan herinnert. De Belastingdienst mag kiezen voor een zo eenvoudig mogelijke uitvoeringsstructuur, gelet op de enorme aantallen te verwerken aangiften. De verzuimboete is daarom terecht opgelegd. Wel verlaagt de rechtbank de boete van € 385 naar € 200. De man deed namelijk opzettelijk te laat aangifte om een rechterlijke uitspraak af te dwingen over zijn principiële bezwaar. De rechtbank houdt rekening met dit bijzondere motief. 

Aangifte op papier

Voor wie dat wil, is het nog steeds mogelijk om op papier aangifte te doen. Automatische toezending door de Belastingdienst is echter niet verplicht. Vraag tijdig een papieren biljet aan als u niet digitaal aangifte wilt doen. Het vergeten van deze aanvraag kan leiden tot een verzuimboete voor het niet of te laat doen van aangifte.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2025:1922 | 19-05-2025

Geld stallen bij dga is lening

Wanneer een bv liquide middelen tijdelijk onderbrengt (stalt) op privérekeningen van haar directeur-grootaandeelhouder (dga), kunnen daar fiscale gevolgen aan kleven. Stallen gebeurt in de praktijk bijvoorbeeld om gebruik te maken van het depositogarantiestelsel of om te profiteren van renteverschillen tussen zakelijke en privérekeningen. Tussen de bv en de dga wordt vervolgens, als het goed is, een overeenkomst gesloten die de dga verplicht om alle rentebaten door te stoten naar de bv. Omdat de bv daarmee economisch eigenaar is van het banktegoed, vermeldt zij dit banktegoed en de rente in haar jaarrekening. De dga geeft in zijn aangifte inkomstenbelasting niks aan.

Lening dga

De kennisgroep aanmerkelijk belang van de Belastingdienst heeft onlangs een standpunt ingenomen over de gevolgen van het stallen van geld door een bv bij haar dga. Volgens de kennisgroep bepaalt de wet inkomstenbelasting dat gelden die door een bv op privérekeningen van de dga worden geplaatst, worden gezien als een schuld van de dga aan de vennootschap. Dit geldt ook als de bv economisch eigenaar blijft van de middelen. 

Excessief lenen

De Belastingdienst past hierbij een ruim begrip van het woord schuld toe. Het maakt in deze context niet uit of de gelden tijdelijk of voor een specifiek doel zijn overgeboekt. Het enkele feit dat ze op persoonlijke rekeningen staan, plaatst ze onder de fiscale regelgeving rondom aanmerkelijk belang. Er kan in dit geval sprake zijn van excessief lenen, als het geleende geld meer dan € 500.000 bedraagt. 

Bron: Belastingdienst | publicatie | KG:003:2025:3 | 18-02-2025