Kleine AOW, grote gevolgen

Een vrouw ontvangt een AOW-uitkering van slechts € 328 per jaar. Daarnaast ontvangt zij ruim € 26.000 aan Duits pensioen. Door die minimale AOW is zij in Nederland verzekerd voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Zvw-heffing wordt berekend over haar volledige inkomen, inclusief het Duitse pensioen. Zij vraagt de SVB om de AOW met terugwerkende kracht stop te zetten, maar dient haar bezwaar te laat in. De belastingrechter kan haar niet helpen.

Geen ontheffing Zvw

De vrouw woont in Nederland en ontvangt pensioen uit Duitsland. In 2007 verleent de SVB haar ontheffing van de verplichte verzekering voor de AOW, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Kinderbijslagwet. Die ontheffing geldt echter niet voor de AWBZ en evenmin voor de Zvw. Zij ontvangt een kleine AOW-uitkering van € 328 per jaar. Die uitkering maakt haar verzekeringsplichtig voor de Zvw. De inspecteur legt een aanslag Zvw op over een bijdrage-inkomen van € 26.258, het totaal van haar Duitse pensioenuitkeringen.

Bezwaar bij SVB te laat

De vrouw vraagt de SVB om de AOW-uitkering te beëindigen. De SVB stopt de uitkering per 1 december 2023, maar weigert terugwerkende kracht tot 2019. De vrouw maakt bezwaar tegen die weigering, maar dient het bezwaar te laat in. De rechtbank verklaart haar beroep ongegrond. Vervolgens wendt zij zich tot de belastingrechter met het verzoek om de SVB op te dragen de uitkering alsnog met terugwerkende kracht stop te zetten.

Inspecteur gaf tijdig advies

De vrouw stelt ook dat de inspecteur haar had moeten wijzen op de mogelijkheid om bij de SVB ontheffing te vragen. Het hof verwerpt dit. De inspecteur heeft haar gemachtigde al op 23 oktober 2023 per e-mail geadviseerd om de SVB te vragen de verzekeringsplicht stop te zetten en te vragen of de ontvangen AOW-uitkering terugbetaald kan worden. Dat was ruim vóór de aanslag van 28 november 2023. Van een tekortkoming in de voorlichtende taak is dan ook geen sprake.

Belastingrechter niet bevoegd

Het hof oordeelt dat de aanslag Zvw rechtmatig is. De vrouw is verzekerd, dus is zij de bijdrage verschuldigd. Het hof is als belastingrechter niet bevoegd om de SVB op te dragen de verzekeringsplicht met terugwerkende kracht stop te zetten. Tegen beslissingen van de SVB staan rechtsmiddelen open bij de algemene bestuursrechter. De vrouw heeft die route bewandeld, maar haar bezwaar was te laat.

Termijnen zijn streng

Deze uitspraak illustreert hoe een kleine AOW-uitkering grote fiscale gevolgen kan hebben. Door de verzekeringsplicht die voortvloeit uit die uitkering wordt het volledige buitenlandse pensioen in de Zvw-heffing betrokken. Wie dat wil voorkomen, moet tijdig actie ondernemen bij de SVB. Een te laat ingediend bezwaar sluit de deur naar een inhoudelijke beoordeling.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:740 | 17-03-2026

Uitstel bedrag ineens naar 1 januari 2029

Het kabinet stelt de invoering van het keuzerecht bedrag ineens opnieuw uit. De beoogde ingangsdatum van 1 juli 2026 wordt verschoven naar 1 januari 2029. De pensioensector staat voor een grote opgave door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Uitvoerders hebben aangegeven dat de gelijktijdige invoering van zowel de stelseltransitie als het keuzerecht bedrag ineens te zwaar drukt op hun capaciteit. 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | 2026-0000084063 | 29-03-2026

Premiepercentages en maximum premieloon 2026

De minister van SZW heeft de premiepercentages voor de sociale verzekeringen en het maximum premieloon voor 2026 vastgesteld.

Verzekering 2025 2026
 AOW   17,9%   17,9%
 Anw     0,1%     0,1%
 Awf, lage premie     2,74%    2,74%
 Awf, hoge premie     7,74%    7,74%
 Ufo     0,68%    0,68%
 Aof, hoge premie     7,64%    7,63%
 Aof, lage premie     6,28%    6,27%
 Opslag kinderopvang     0,5%     0,5%

Het maximum premieloon bedraagt in 2026 € 79.409. Het maximum dagloon is 1/261 deel daarvan en komt uit op â‚¬ 304,25.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | stcrt-2025-42324 | 01-12-2025