Nieuwe wet faciliteert digitale algemene vergadering

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen aangenomen. De wet creëert flexibiliteit door rechtspersonen toe te staan te kiezen voor fysieke, hybride of volledig digitale vergaderingen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. 

Volledig digitale vergadering mogelijk

De wet maakt het mogelijk voor nv's, bv's, verenigingen, vve's, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen om een volledig digitale algemene vergadering te houden. Deze optie bestaat naast de al bestaande fysieke en hybride vergaderingen. De regeling is facultatief. Rechtspersonen kunnen zelf de vergadervorm kiezen.

Aangescherpte voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen

Voor de meeste rechtspersonen (nv's, bv's, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen) is een statutenwijziging vereist om digitaal te vergaderen. Verenigingen en vve's kunnen volstaan met een machtiging van de algemene vergadering, om zo kosten voor een statutenwijziging te vermijden. Deelnemers moeten de vergadering rechtstreeks kunnen volgen met beeld en geluid en met beeld en geluid kunnen deelnemen aan de beraadslaging via een tweezijdig audiovisueel communicatiemiddel. Dit is een aanscherping van de huidige regels voor hybride vergaderingen. Identificatie van deelnemers en de mogelijkheid tot rechtstreekse uitoefening van het stemrecht blijven verplicht. De procedure hiervoor moet in de oproeping worden vermeld. Rechtspersonen moeten rekening houden met leden met beperkte digitale vaardigheden en zo nodig praktische ondersteuning bieden.

Vereenvoudigde digitale oproeping

Het instemmingsvereiste voor het elektronisch oproepen van leden of aandeelhouders vervalt. Niet-beursgenoteerde nv's mogen voortaan ook oproepen via een langs elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, bijvoorbeeld op de website, in plaats van via een landelijk dagblad. De oproeping moet informatie bevatten over de procedure voor deelname aan de digitale vergadering en het uitoefenen van het stemrecht.

Bron: Ministerie van Justitie en Veiligheid | wetsvoorstel | 36489 | 01-06-2026

Compensatieregelingen transitievergoeding verdwijnen

Vanaf 2027 krijgen werkgevers geen geld meer terug van de overheid voor de transitievergoeding die ze betalen bij ontslag als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Dit geldt ook voor de compensatieregeling bij bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. Aanvankelijk werd voorgesteld de regeling te beperken tot kleine werkgevers. Het kabinet heeft nu voor een algehele afschaffing gekozen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | wetswijziging | 2026Z11419 | 28-05-2026

Cao zegt niets over sectorindeling

Op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is een werkgever van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe zijn werkzaamheden behoren. De Regeling Wfsv bevat een bijlage waarin per sector de bijbehorende bedrijfstakken zijn opgesomd. Als een activiteit hier niet bijstaat, dan worden de werkzaamheden ingedeeld bij de sector waarin de werkzaamheden worden verricht die naar de aard het meest overeenkomen. Dit heet assimilatie. Niet de naam van het bedrijf of de cao is bepalend, maar de feitelijke activiteiten.

Ruwbouw of afbouw?

Een werkgever die spanplafonds plaatst, valt onder de cao afbouw. De Belastingdienst deelt hem toch in bij sector 17: detailhandel en ambachten. De werkgever protesteert. Hij is van mening dat hij hoort bij sector 3: bouwbedrijf. Het hof analyseert de bedrijven in sector 3. Die hebben gemeen dat zij zich richten op de ruwbouw, het constructieve deel van een bouwwerk. Denk aan burgerlijke en utiliteitsbouw, wegenbouw, heiersbedrijven en dakdekkers. Bedrijven die zich richten op afbouw zijn juist ingedeeld bij andere sectoren. Het woningstoffeerdersbedrijf en behangersbedrijf vallen onder sector 17, het schildersbedrijf onder sector 56 en het stukadoorsbedrijf onder sector 57. Dit onderscheid tussen ruwbouw en afbouw blijkt een belangrijk criterium.

Stofferen van plafonds

De werkgever plaatst spanplafonds: plafonds van gespannen kunststofdoek onder bestaande plafonds. Dat is geen ruwbouw. Het hof ziet juist overeenkomst met het woningstoffeerdersbedrijf. De werkgever bekleedt immers ruimten, in het bijzonder plafonds, met een stof, in dit geval kunststof. De indeling bij sector 17 is daarom terecht.

Cao niet van belang

De werkgever voert aan dat hij onder de cao afbouw valt. Het hof passeert dit argument. Bij de sectorindeling is niet van belang onder welke cao de werkgever valt. Het gaat uitsluitend om de aard van de werkzaamheden. Dit is een belangrijk punt voor werkgevers die denken dat hun cao-indeling automatisch ook hun sectorindeling bepaalt. Dat is niet zo.

En systeemplafonds dan?

De werkgever beroept zich ook nog op het gelijkheidsbeginsel. De Belastingdienst hanteert beleid waarin systeemplafonds wél bij de bouw worden ingedeeld. Waarom spanplafonds dan niet? Het hof oordeelt dat spanplafonds en systeemplafonds verschillende systemen zijn met verschillende werkzaamheden. Van gelijke gevallen is geen sprake. Een beroep op beleid voor vergelijkbare bedrijven slaagt alleen als de werkzaamheden ook echt vergelijkbaar zijn.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2026:2744 | 20-04-2026