Nabetaling pensioen niet toerekenbaar aan eerdere jaren

Een man ontvangt in 2018 een nabetaling van zijn pensioenfonds over een periode van meer dan 11 jaar. De inspecteur heeft deze nabetaling volledig gerekend tot het belastbaar inkomen in 2018. Als gevolg hiervan moet de man de toeslagen die hij in 2018 heeft ontvangen terugbetalen. Ook moet hij een bedrag terugbetalen aan het UWV. Gelet op de nadelige gevolgen van de toerekening van de nabetaling aan het jaar 2018, wil de man dat de nabetaling wordt verdeeld over de jaren 2007 tot en met 2018.

Vorderbaar en inbaar 

Het hof oordeelt dat het niet mogelijk is om de nabetaling uit het inkomen van 2018 te halen en alsnog toe te rekenen aan de voorgaande jaren. Loon of periodieke uitkeringen worden geacht te zijn genoten op het tijdstip dat deze zijn ontvangen, verrekend, ter beschikking zijn gesteld, rentedragend zijn geworden of vorderbaar en inbaar zijn geworden. De man heeft de pensioenuitkering pas in 2018 aangevraagd en ook pas in 2018 toegewezen gekregen. In de eerdere jaren bestond dus weliswaar een vorderbare uitkering, maar die was nog niet direct inbaar. De inspecteur heeft de nabetaling daarom terecht tot het belastbaar inkomen van 2018 gerekend.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:358 en ECLI:NL:GHDHA:2024:462 | 05-03-2026

Bestemmingswijziging levert belastbare winst op

Een man koopt een boerderij met agrarische bestemming. Hij regelt een bestemmingswijziging en splitst het perceel in tweeën. De ene helft verkoopt hij met winst, de andere houdt hij. De inspecteur belast de waardestijging als resultaat uit overige werkzaamheden. Het hof is het daarmee eens. Wie actief aan de slag gaat met bestemmingsplannen, doet meer dan normaal vermogensbeheer.

Van bijstandsuitkering naar vastgoedproject

Een man met een bijstandsuitkering ziet in 2017 een boerderij te koop staan die al jaren geen koper vindt. De boerderij heeft een agrarische bestemming, waardoor deze alleen geschikt is voor een boer met een bedrijf. De man ruikt een kans. Hij belt de gemeente en hoort dat de gemeente wil meewerken aan een bestemmingswijziging. Sterker nog, via de ruimte-voor-ruimteregeling mag hij de oude kassen slopen in ruil voor een extra bouwkavel. De man schakelt een juridisch planbureau in, laat onderzoeken uitvoeren en koopt de boerderij, onder de ontbindende voorwaarde dat de bestemmingswijziging slaagt, voor € 510.000.

Splitsen en verkopen

In juni 2018 is het zover. De gemeente keurt het nieuwe bestemmingsplan goed. De boerderij is nu gesplitst in twee percelen met elk een woonbestemming. De bouwkavel zet de man direct te koop voor € 550.000. Meer dan de aankoopprijs van het geheel. Er meldt zich geen koper voor de kavel, maar wel voor de boerderij zelf. Die verkoopt de man voor € 550.000. De kavel houdt hij voorlopig zelf, met plannen om er ooit te bouwen. Eén probleem: hij heeft geen geld. De levering wordt een ABC-transactie, waarbij de verkoopopbrengst van de boerderij rechtstreeks de aankoop financiert.

Geen normaal vermogensbeheer 

De inspecteur ziet het anders. De waardestijging is het directe gevolg van de werkzaamheden van de man. Dat is geen normaal vermogensbeheer, maar een belastbare werkzaamheid. Het hof is het daarmee eens. Wie een bestemmingswijziging initieert, onderzoeken laat uitvoeren en de voortgang coördineert, doet méér dan een passieve belegger. Dat de man het werk uitbesteedde, maakt niet uit. De werkzaamheden van derden worden aan hem toegerekend. Op het moment dat de man besluit de kavel te houden, staakt hij de werkzaamheid en moet hij afrekenen over de waardestijging.

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2026:210 | 02-02-2026

Recht op alle voordelen uit aandelen is aanmerkelijk belang

Een man verstrekt via een fonds een lening waarmee aandelen worden gekocht. Alle opbrengsten uit die aandelen komen aan hem toe. Op een deel van de vordering rust een optie. De man meent dat hij daardoor geen aanmerkelijk belang meer heeft. Het hof oordeelt anders: wie recht heeft op alle voordelen uit aandelen, is aandeelhouder voor de aanmerkelijkbelangregeling.

Lening met een gouden randje

Een man verstrekt in 2011 samen met anderen een lening van € 550.000 aan een fonds. Zijn aandeel is € 150.000. Het fonds koopt met dat geld aandelen in een veelbelovend bedrijf. Tot zover niets bijzonders. Maar let op de kleine lettertjes: alle opbrengsten uit die aandelen – dividend, verkoopwinst, noem maar op – komen volledig aan de geldverstrekkers toe. De ‘rente’ op de lening is dus geen rente, maar pure winstdeling. Wordt het bedrijf verkocht, dan verdwijnt de lening en casht de man mee. Een lening met een gouden randje, zou je kunnen zeggen.

De truc met de optie

Tegelijk met de lening verleent de man een call-optie aan een andere partij op 20% van zijn vordering. Zijn redenering is dat hij door de call-optie niet het volledige economische belang heeft. In 2014 verkoopt het fonds de helft van de aandelen en wordt de optie uitgeoefend. Zijn resterende belang is 5,3%. Als je 20% daarvan aftrekt voor de optie, kom je uit op 4,24%. En dat is net onder de magische 5%-grens voor een aanmerkelijk belang. Geen box 2, maar box 3. Scheelt een slok op een borrel: 25% versus een fractie daarvan.

Verder dan de verpakking

In 2018 worden de resterende aandelen verkocht. De man ontvangt ruim € 900.000 en geeft dit keurig aan in box 3. De inspecteur denkt daar anders over en belast het bedrag in box 2. De rechtbank geeft de man nog gelijk, maar het hof draait het om. De redenering is helder. Tot het moment dat de optie wordt uitgeoefend, komen alle voordelen uit de aandelen aan de man toe. Dat staat zwart op wit in de leningsovereenkomst. En wie recht heeft op alle voordelen, heeft een zogeheten genotsrecht. De wet is daar duidelijk over. Een genotsgerechtigde wordt gelijkgesteld met een aandeelhouder. Zijn belang is dus 5,3%. Ruim boven de ab-grens.

Creatief, maar niet creatief genoeg

De constructie was creatief, maar niet creatief genoeg. De Belastingdienst kijkt niet naar het etiket, maar naar de inhoud. Een lening die ruikt naar aandelen, smaakt naar aandelen en rendeert als aandelen, wordt behandeld als aandelen. De man moet box 2-belasting betalen over ruim € 830.000. 

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:142 | 20-01-2026