Collectieve uitspraak massaal bezwaar belastingrente

Onlangs heeft de inspecteur van de Belastingdienst collectief uitspraak gedaan op de bezwaren die vallen onder de massaal bezwaarprocedures tegen de hoogte van het belastingrentepercentage. De collectieve uitspraken volgen op de Kamerbrief van 13 februari 2026, waarin is aangekondigd dat de inspecteur deze beslissing zou nemen.

Inkomstenbelasting en andere belastingen

De inspecteur heeft de bezwaren tegen de hoogte van het belastingrentepercentage voor de inkomstenbelasting en andere belastingen afgewezen. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 16 januari 2026 aangegeven dat het algemene rentepercentage mag worden toegepast voor de inkomstenbelasting en andere belastingmiddelen. Hiermee is het standpunt van de Belastingdienst bevestigd. Bezwaarmakers ontvangen geen individuele uitspraak. Personen die uitstel van betaling hebben gekregen in verband met het bezwaar, ontvangen een brief waarin staat dat dit uitstel afloopt. Tegen deze collectieve uitspraak is geen beroep mogelijk.

Vennootschapsbelasting

De inspecteur wijst alle bezwaren toe die onder de massaal bezwaarprocedure vallen. De Belastingdienst stuurt binnen zes maanden na de collectieve uitspraak een vermindering met een aangepast bedrag aan belastingrente. Bezwaarmakers ontvangen geen individuele reactie.

Nog geen bezwaar gemaakt?
Wanneer een aanslag vennootschapsbelasting is ontvangen met een onjuist, te hoog belastingrentepercentage, kan dit aanleiding zijn om bezwaar te maken. Of dat nog mogelijk of nodig is, hangt af van de datum die op de aanslag staat. Hieronder staat per periode wat de situatie betekent voor de aanslag en welke stappen eventueel nodig zijn.

17 januari 2026 t/m 7 februari 2026
Voor aanslagen binnen deze periode kan de Belastingdienst een verkeerd belastingrentepercentage hebben toegepast. Als dat zo is, wordt dit automatisch hersteld. Er is geen actie nodig. De Belastingdienst stuurt hierover een apart bericht.

5 december 2025 t/m 16 januari 2026
In deze periode kan een onjuist belastingrentepercentage zijn gebruikt. Wanneer vermindering van de belastingrente gewenst is, moet bezwaar worden ingediend binnen de wettelijke bezwaartermijn. Als die termijn inmiddels is verstreken, kan een verzoek om vermindering worden gedaan.

4 december 2025 of eerder
Voor aanslagen met deze datum is het niet meer mogelijk om het gehanteerde belastingrentepercentage aan te passen. Bezwaar of een verzoek om vermindering heeft in deze gevallen geen effect op het belastingrentepercentage.

Bron: Belastingdienst | persbericht | 24-02-2026

Forfaitaire rendementen banktegoeden en schulden 2025

De staatssecretaris van Financiën heeft de forfaitaire rendementspercentages in box 3 voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2025 vastgesteld. Voor banktegoeden bedraagt het forfaitaire rendement 1,37%. Voor schulden is het forfaitaire rendement vastgesteld op 2,70%. Deze rendementen vervangen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 de in de wet opgenomen rendementen van 1,44% en 2,61%.

Bron: Ministerie van Financiën | besluit | stcrt-2026-3708 | 23-02-2026

Geen piekvereiste voor fiscale onderhoudsvoorziening

Een woningcorporatie vormt een fiscale voorziening voor toekomstig onderhoud aan haar woningcomplexen. De inspecteur stelt dat dit alleen mag als de onderhoudsuitgaven in een jaar substantieel hoger zijn dan gemiddeld: het zogenoemde piekvereiste. Als de uitgaven zich gelijkmatig over de jaren verdelen, is er volgens de inspecteur geen rechtvaardiging voor een voorziening. De woningcorporatie is het daarmee oneens. Geldt voor een onderhoudsvoorziening een piekvereiste?

Onderhoudsvoorziening

Een woningcorporatie bezit ruim 33.000 verhuureenheden, verdeeld over ongeveer 600 complexen. In haar aangifte vennootschapsbelasting 2016 neemt zij een onderhoudsvoorziening op van € 143 miljoen. De inspecteur corrigeert het volledige bedrag. Partijen leggen hun geschil voor aan de rechter en komen overeen dat de voorziening € 54 miljoen bedraagt als geen piekvereiste geldt en vrijwel nihil als dat wel het geval is.

Piekvereiste

De inspecteur stelt dat een onderhoudsvoorziening alleen mag worden gevormd als de toekomstige uitgaven substantieel afwijken van de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten. Hij baseert dit op een arrest van de Hoge Raad uit 1980 over de kostenegalisatiereserve. Daarin is bepaald dat een dergelijke reserve kan worden gevormd voor niet jaarlijks tot uitgaven leidend onderhoud, mits relatief van enige betekenis. Volgens de inspecteur geldt dit criterium ook voor de onderhoudsvoorziening.

Baksteenarrest

Het hof oordeelt dat voor een onderhoudsvoorziening geen piekvereiste geldt. Volgens het Baksteenarrest mag een voorziening worden gevormd als de uitgaven hun oorsprong vinden in feiten vóór de balansdatum, zij aan die periode kunnen worden toegerekend en met een redelijke mate van zekerheid zullen plaatsvinden. Het Baksteenarrest biedt geen aanknopingspunten voor een piekvereiste.

Reserve vs voorziening

Het arrest uit 1980 waarop de inspecteur zich beroept, betrof de kostenegalisatiereserve en niet de onderhoudsvoorziening. Een kostenegalisatiereserve is fiscaal eigen vermogen, gebaseerd op een wettelijke bepaling en gericht op egalisatie van kosten. Een voorziening daarentegen is vreemd vermogen, gebaseerd op goed koopmansgebruik en gericht op het toedelen van uitgaven aan de jaren waarin zij thuishoren. Beide zijn geen vergelijkbare fenomenen. Het hof bevestigt dat voor een fiscale onderhoudsvoorziening alleen de criteria uit het Baksteenarrest gelden: oorsprong, toerekening en zekerheid. Een piekvereiste is niet aan de orde. Ook als de onderhoudsuitgaven zich gelijkmatig over de jaren verdelen, mag een voorziening worden gevormd. De inspecteur kan tegen deze uitspraak cassatie instellen bij de Hoge Raad.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:3707 | 23-12-2025