Misbruik van procesrecht door ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken

Een man verzoekt bij de rechter om schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis. Volgens de man is niet voldaan aan bepaalde wettelijke vereisten, zoals het opstellen van een notariële huurkoopakte. De rechtbank wijst dit verzoek af en veroordeelt de man tot vergoeding van de volledige proceskosten wegens misbruik van procesrecht. De man brengt herhaaldelijk dezelfde inhoudelijke argumenten naar voren die al in eerdere procedures definitief zijn afgewezen. Daarnaast baseert hij zijn vorderingen op feiten waarvan hij wist, of had moeten weten, dat deze juridisch onjuist zijn.

De rechter weegt mee dat de man zijn processtukken naar eigen zeggen heeft opgesteld met behulp van een AI-instrument. Het zonder meer gebruiken van ondermaatse, door AI geproduceerde processtukken draagt volgens de rechter bij aan het misbruik van procesrecht. Die processtukken bevatten verschillende onbegrijpelijke verwijzingen naar wetsartikelen en juridische onjuistheden. De rechter rekent het de man aan dat hij de door AI geproduceerde stukken niet goed naleest en de juridische relevantie en juistheid ervan niet laat controleren door bijvoorbeeld een raadsman.

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOBR:2025:8495 | 23-12-2025

Beperkte tijd voor aanslag als een schenking niet is aangegeven

Als er aangifte schenkbelasting is gedaan, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een eerste aanslag schenkbelasting drie jaar na het ontstaan van de belastingschuld (de schenking). Deze termijn wordt verlengd met eventueel verleend uitstel voor het doen van aangifte. Als er geen aangifte is gedaan, vervalt de bevoegdheid drie jaar na het overlijden van de schenker of de begiftigde. Het cruciale woord ‘of’ zorgt voor discussie. Begint de verjaring bij het eerste overlijden of pas als beide partijen zijn overleden?

Schenking zonder aangifte

Een echtgenoot schenkt in 2006 € 4 miljoen aan zijn vrouw. Hij overlijdt in 2007, maar van de schenking wordt geen aangifte gedaan. Pas in 2019 meldt de vrouw via een inkeerregeling het eerder niet aangegeven vermogen. De Belastingdienst legt in 2021 een aanslag schenkbelasting op van ruim € 1 miljoen. De vrouw stelt dat de verjaringstermijn al in 2010 is verlopen, drie jaar na het overlijden van haar man. De Belastingdienst houdt vol dat verjaring pas begint als beide partijen, dus zowel de man als de vrouw, zijn overleden.

Verjaring bij eerste overlijden

Het hof verwerpt het standpunt van de Belastingdienst. Het woord ‘of’ betekent een keuze tussen twee mogelijkheden die elkaar uitsluiten. De verjaringstermijn begint bij het eerste overlijden van schenker of begiftigde. De Belastingdienst beweerde dat de wetgever bedoelde dat verjaring pas start als beide partijen zijn overleden. Het hof vindt hiervoor geen steun in de wet. De wetgever had eenvoudig een andere formulering kunnen kiezen als het de bedoeling was dat de termijn pas na beide overlijdens zou starten.

Let op! Deze uitspraak geldt specifiek voor schenkbelasting bij geen aangifte. Voor erfbelasting en andere situaties (zoals navordering) kunnen andere regels gelden. 

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2025:2358 | 28-07-2025

Verbod op contante betaling boven € 3.000

In Nederland geldt sinds 1 januari 2026 een verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het verbod geldt voor exploitanten van pandhuizen, kunsthandelaren en alle handelaren in goederen, zoals autohandelaren, juweliers, elektronicawinkels, meubelzaken, etc. Voor kunsthandelaren en handelaren in waardevolle goederen (zoals horloges of auto’s) blijven aanvullende verplichtingen gelden. Voor betalingen via de bank (pinnen, overmaken) van € 10.000 of meer, blijven de huidige Wwft-regels gelden. Cliëntenonderzoek is dus nog steeds nodig bij betalingen via de bank van € 10.000 of meer. En eventuele ongebruikelijke transacties moeten nog steeds worden gemeld bij FIU-Nederland.

Het verbod geldt voor alle contante betalingen die (deels) in of vanuit Nederland gebeuren. Dit betekent dat het verbod geldt voor:

  • in Nederland geregistreerde handelaren die in Nederland aan- of verkopen;
  • in Nederland geregistreerde handelaren die vanuit Nederland goederen aanbieden, ook als de betaling over de grens plaatsvindt;
  • in het buitenland geregistreerde handelaren die in Nederland de betaling doen.

Particulieren die onderling handelen (bijvoorbeeld via Marktplaats) vallen niet onder het verbod. Ook voor dienstverleners, zoals kappers en reisbureaus, geldt het verbod niet. Vanaf 10 juli 2027 gaat voor dienstverleners een limiet voor contante betalingen gelden op basis van Europese regelgeving.

Bron: Ministerie van Justitie en Veiligheid | wetswijziging | stb-2025-262 | 31-12-2025