Tariefmaatregel partneralimentatie: belasting hoger dan aftrek

Voor zover iemands inkomen uit werk en woning zonder de aftrekposten in de hoogste tariefschijf valt, geldt een lager tarief voor de aftrekposten. Dit wordt de tariefmaatregel genoemd. De inspecteur past bij het opleggen van de aanslagen de tariefmaatregel toe bij een man die in 2021 en 2022 alimentatie aan zijn ex-partner betaalt. Dit resulteert in een tariefsaanpassing van 6,5% (2021) en 9,5% (2022) in de hoogste schijf.

De man stelt dat de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen tegen het progressieve tarief aftrekbaar moeten zijn, zonder toepassing van de tariefmaatregel. De betalingen worden bij zijn ex immers ook progressief belast. De rechtbank oordeelt dat de tariefmaatregel rechtstreeks voortvloeit uit de wet. Afwijking is slechts bij hoge uitzondering mogelijk. De wetgever heeft de gevolgen van de tariefmaatregel, inclusief het verschil in tarief voor betaler en ontvanger van partneralimentatie, expliciet overwogen. Ook de stelling over discriminatie en eigendomsrecht wordt verworpen, omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de gemaakte keuzes niet onredelijk zijn. 

De man stelt tenslotte dat de regels niet tijdens een lopende alimentatieovereenkomst hadden mogen worden aangepast. Nog daargelaten of dit mogelijk is, is daar in deze situatie geen sprake van. De alimentatieovereenkomst is in 2021 gesloten, terwijl de tariefmaatregel al in 2020 werd ingevoerd. De rechtbank concludeert dat de tariefmaatregel terecht is toegepast.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:1910 | 15-03-2026

Zes weken om partnerverdeling te wijzigen

Fiscale partners kunnen hun onderlinge verdeling van box 3 nog wijzigen na een collectieve uitspraak in een massaalbezwaarprocedure. De Hoge Raad oordeelt dat zij daarvoor zes weken de tijd hebben, gerekend vanaf de verminderingsbeschikking.

Box 3 en massaal bezwaar

Een man maakt bezwaar tegen zijn aanslag inkomstenbelasting 2017. Zijn bezwaar wordt aangemerkt als massaal bezwaar over de box 3 heffing. In februari 2022 volgt de collectieve uitspraak: het bezwaar is gegrond. In juli 2022 ontvangt de man een verminderingsbeschikking. Een dag later laten hij en zijn echtgenote de inspecteur weten dat zij de verdeling van hun box 3 vermogen willen wijzigen. Zij willen alles toerekenen aan de echtgenote.

Inspecteur weigert

De inspecteur weigert mee te werken. Volgens hem is de aanslag door de collectieve uitspraak onherroepelijk geworden. Daarna kan de verdeling niet meer worden gewijzigd. De rechtbank legt de kwestie voor aan de Hoge Raad.

Wanneer mag de verdeling nog worden aangepast?

Fiscale partners mogen hun onderlinge verdeling van bepaalde inkomensbestanddelen wijzigen, zolang de aanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Als een aanslag onherroepelijk wordt door een arrest van de Hoge Raad, hebben partners nog zes weken om de verdeling aan te passen. Maar geldt dat ook bij een massaalbezwaarprocedure? Daarin wordt de aanslag onherroepelijk door een collectieve uitspraak, zonder dat de belastingplichtige daar zelf iets aan kan doen.

Wetgever heeft dit over het hoofd gezien

De Hoge Raad constateert dat de wetgever bij de invoering van de massaalbezwaarprocedure geen rekening heeft gehouden met de gevolgen voor de partnerverdeling. Een letterlijke uitleg van de wet zou betekenen dat partners na een collectieve uitspraak geen mogelijkheid meer hebben om hun verdeling te wijzigen. Dat acht de Hoge Raad onredelijk.

Pas na vermindering is er duidelijkheid

De Hoge Raad wijst erop dat partners pas een weloverwogen keuze kunnen maken als zij weten wat de cijfermatige gevolgen zijn. Bij een massaalbezwaarprocedure wordt dat vaak pas duidelijk na de verminderingsbeschikking, niet al na de collectieve uitspraak. Het zou onlogisch zijn partners die onder het massaal bezwaar vallen minder gelegenheid te geven dan partners die een individuele procedure hebben gevoerd.

Zes weken

De Hoge Raad oordeelt dat partners hun verdeling mogen wijzigen tot zes weken na de verminderingsbeschikking die de inspecteur afgeeft ter uitwerking van de collectieve uitspraak. Dat geldt als de inspecteur in de massaalbezwaarprocedure geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld. Een verzoek om ambtshalve vermindering biedt overigens geen extra mogelijkheid de verdeling alsnog te wijzigen.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:495 | 26-03-2026

Zwartspaarder wint slag, maar verliest oorlog

Een man meldt zich bij de Belastingdienst met verzwegen Zwitserse bankrekeningen. Wat hij verzwijgt: hij heeft ook rekeningen in Luxemburg, op naam van plankvennootschappen. De inspecteur ontdekt dit alsnog en belast het vermogen in box 3. De rechtbank oordeelt echter dat sprake is van aanmerkelijk belang. Per saldo schiet de man daar niets mee op.

Nummerrekeningen en plankvennootschappen

Een man houdt jarenlang vermogen aan op buitenlandse bankrekeningen. Eerst in Zwitserland, later ook in Luxemburg. Als Luxemburg de nummerrekeningen afschaft, zet hij de rekeningen op naam van Britse plankvennootschappen. Dat zijn lege vennootschappen zonder activiteiten, die alleen dienden om de werkelijke eigenaar te verhullen. De man is enig aandeelhouder en bestuurder. Hij kan vrij over het geld beschikken. In 2014 sluit hij alle rekeningen en neemt hij bijna € 156.000 contant op. Als de Zwitserse bank hem waarschuwt dat zijn gegevens naar de Belastingdienst gaan, dient hij een inkeermelding in. Hij ‘vergeet’ echter de Luxemburgse rekeningen te melden.

Box 3 of box 2?

De inspecteur komt de Luxemburgse rekeningen op het spoor via transacties op de Zwitserse rekening. Hij belast het vermogen in box 3. De man maakt bezwaar, omdat hij niet meer over het geld zou beschikken. De rechtbank gelooft hem niet. Hij heeft geen bewijs van consumptie, terwijl hij jaarlijks duizenden euro’s contant op zijn Nederlandse rekening stort. Het bewijsvermoeden luidt daarom dat hij het geld nog steeds heeft.

Vervolgens doet de inspecteur iets opmerkelijks. Hij stelt dat hij het vermogen op de verkeerde plek heeft belast. De Luxemburgse rekeningen stonden op naam van vennootschappen waarvan de man enig aandeelhouder was. Dat betekent een aanmerkelijk belang. De bedragen die hij aan die vennootschappen onttrok, zijn belastbaar in box 2 en niet in box 3. De belasting in box 2 is hoger dan die in box 3. De inspecteur beroept zich op interne compensatie. De aanslag mag blijven staan, want onder de streep is die eerder te laag dan te hoog.

Inkeer mislukt

De man betoogt nog dat hij vrijwillig is ingekeerd en daarom geen boete verdient. De rechtbank verwerpt dit. Hij meldde zich pas nadat in de media bekend werd dat de Belastingdienst informatie bij Zwitserse banken opvroeg. Bovendien verzweeg hij bij de inkeermelding de Luxemburgse rekeningen. Dat is geen vrijwillige inkeer, maar damage control. De boetes blijven grotendeels in stand, zij het dat de rechtbank ze verlaagt voor zover ze op box 3 waren gebaseerd, terwijl box 2 van toepassing is.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2026:1736 | 28-01-2026