Zwartspaarder wint slag, maar verliest oorlog

Een man meldt zich bij de Belastingdienst met verzwegen Zwitserse bankrekeningen. Wat hij verzwijgt: hij heeft ook rekeningen in Luxemburg, op naam van plankvennootschappen. De inspecteur ontdekt dit alsnog en belast het vermogen in box 3. De rechtbank oordeelt echter dat sprake is van aanmerkelijk belang. Per saldo schiet de man daar niets mee op.

Nummerrekeningen en plankvennootschappen

Een man houdt jarenlang vermogen aan op buitenlandse bankrekeningen. Eerst in Zwitserland, later ook in Luxemburg. Als Luxemburg de nummerrekeningen afschaft, zet hij de rekeningen op naam van Britse plankvennootschappen. Dat zijn lege vennootschappen zonder activiteiten, die alleen dienden om de werkelijke eigenaar te verhullen. De man is enig aandeelhouder en bestuurder. Hij kan vrij over het geld beschikken. In 2014 sluit hij alle rekeningen en neemt hij bijna € 156.000 contant op. Als de Zwitserse bank hem waarschuwt dat zijn gegevens naar de Belastingdienst gaan, dient hij een inkeermelding in. Hij ‘vergeet’ echter de Luxemburgse rekeningen te melden.

Box 3 of box 2?

De inspecteur komt de Luxemburgse rekeningen op het spoor via transacties op de Zwitserse rekening. Hij belast het vermogen in box 3. De man maakt bezwaar, omdat hij niet meer over het geld zou beschikken. De rechtbank gelooft hem niet. Hij heeft geen bewijs van consumptie, terwijl hij jaarlijks duizenden euro’s contant op zijn Nederlandse rekening stort. Het bewijsvermoeden luidt daarom dat hij het geld nog steeds heeft.

Vervolgens doet de inspecteur iets opmerkelijks. Hij stelt dat hij het vermogen op de verkeerde plek heeft belast. De Luxemburgse rekeningen stonden op naam van vennootschappen waarvan de man enig aandeelhouder was. Dat betekent een aanmerkelijk belang. De bedragen die hij aan die vennootschappen onttrok, zijn belastbaar in box 2 en niet in box 3. De belasting in box 2 is hoger dan die in box 3. De inspecteur beroept zich op interne compensatie. De aanslag mag blijven staan, want onder de streep is die eerder te laag dan te hoog.

Inkeer mislukt

De man betoogt nog dat hij vrijwillig is ingekeerd en daarom geen boete verdient. De rechtbank verwerpt dit. Hij meldde zich pas nadat in de media bekend werd dat de Belastingdienst informatie bij Zwitserse banken opvroeg. Bovendien verzweeg hij bij de inkeermelding de Luxemburgse rekeningen. Dat is geen vrijwillige inkeer, maar damage control. De boetes blijven grotendeels in stand, zij het dat de rechtbank ze verlaagt voor zover ze op box 3 waren gebaseerd, terwijl box 2 van toepassing is.

Bron: Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2026:1736 | 28-01-2026

Nabetaling pensioen niet toerekenbaar aan eerdere jaren

Een man ontvangt in 2018 een nabetaling van zijn pensioenfonds over een periode van meer dan 11 jaar. De inspecteur heeft deze nabetaling volledig gerekend tot het belastbaar inkomen in 2018. Als gevolg hiervan moet de man de toeslagen die hij in 2018 heeft ontvangen terugbetalen. Ook moet hij een bedrag terugbetalen aan het UWV. Gelet op de nadelige gevolgen van de toerekening van de nabetaling aan het jaar 2018, wil de man dat de nabetaling wordt verdeeld over de jaren 2007 tot en met 2018.

Vorderbaar en inbaar 

Het hof oordeelt dat het niet mogelijk is om de nabetaling uit het inkomen van 2018 te halen en alsnog toe te rekenen aan de voorgaande jaren. Loon of periodieke uitkeringen worden geacht te zijn genoten op het tijdstip dat deze zijn ontvangen, verrekend, ter beschikking zijn gesteld, rentedragend zijn geworden of vorderbaar en inbaar zijn geworden. De man heeft de pensioenuitkering pas in 2018 aangevraagd en ook pas in 2018 toegewezen gekregen. In de eerdere jaren bestond dus weliswaar een vorderbare uitkering, maar die was nog niet direct inbaar. De inspecteur heeft de nabetaling daarom terecht tot het belastbaar inkomen van 2018 gerekend.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:358 en ECLI:NL:GHDHA:2024:462 | 05-03-2026

Recht op alle voordelen uit aandelen is aanmerkelijk belang

Een man verstrekt via een fonds een lening waarmee aandelen worden gekocht. Alle opbrengsten uit die aandelen komen aan hem toe. Op een deel van de vordering rust een optie. De man meent dat hij daardoor geen aanmerkelijk belang meer heeft. Het hof oordeelt anders: wie recht heeft op alle voordelen uit aandelen, is aandeelhouder voor de aanmerkelijkbelangregeling.

Lening met een gouden randje

Een man verstrekt in 2011 samen met anderen een lening van € 550.000 aan een fonds. Zijn aandeel is € 150.000. Het fonds koopt met dat geld aandelen in een veelbelovend bedrijf. Tot zover niets bijzonders. Maar let op de kleine lettertjes: alle opbrengsten uit die aandelen – dividend, verkoopwinst, noem maar op – komen volledig aan de geldverstrekkers toe. De ‘rente’ op de lening is dus geen rente, maar pure winstdeling. Wordt het bedrijf verkocht, dan verdwijnt de lening en casht de man mee. Een lening met een gouden randje, zou je kunnen zeggen.

De truc met de optie

Tegelijk met de lening verleent de man een call-optie aan een andere partij op 20% van zijn vordering. Zijn redenering is dat hij door de call-optie niet het volledige economische belang heeft. In 2014 verkoopt het fonds de helft van de aandelen en wordt de optie uitgeoefend. Zijn resterende belang is 5,3%. Als je 20% daarvan aftrekt voor de optie, kom je uit op 4,24%. En dat is net onder de magische 5%-grens voor een aanmerkelijk belang. Geen box 2, maar box 3. Scheelt een slok op een borrel: 25% versus een fractie daarvan.

Verder dan de verpakking

In 2018 worden de resterende aandelen verkocht. De man ontvangt ruim € 900.000 en geeft dit keurig aan in box 3. De inspecteur denkt daar anders over en belast het bedrag in box 2. De rechtbank geeft de man nog gelijk, maar het hof draait het om. De redenering is helder. Tot het moment dat de optie wordt uitgeoefend, komen alle voordelen uit de aandelen aan de man toe. Dat staat zwart op wit in de leningsovereenkomst. En wie recht heeft op alle voordelen, heeft een zogeheten genotsrecht. De wet is daar duidelijk over. Een genotsgerechtigde wordt gelijkgesteld met een aandeelhouder. Zijn belang is dus 5,3%. Ruim boven de ab-grens.

Creatief, maar niet creatief genoeg

De constructie was creatief, maar niet creatief genoeg. De Belastingdienst kijkt niet naar het etiket, maar naar de inhoud. Een lening die ruikt naar aandelen, smaakt naar aandelen en rendeert als aandelen, wordt behandeld als aandelen. De man moet box 2-belasting betalen over ruim € 830.000. 

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:142 | 20-01-2026