Afschrijving maximaal 20%

Een ondernemer mag jaarlijks maximaal 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen afschrijven. Dit percentage geldt voor de kosten exclusief btw, tenzij de btw niet kan worden teruggevraagd. Deze regel zorgt er in de meeste gevallen voor dat de afschrijving over een langere periode wordt gespreid.

Afschrijving en autokosten

Een ondernemer schaft een laptop, tablet en accessoires aan voor € 2.934, exclusief btw (€ 3.551 inclusief). In zijn aangifte neemt hij € 3.551 aan afschrijvingskosten op. De inspecteur corrigeert dit bedrag in de definitieve aanslag. Na bezwaar staat de inspecteur € 711 (20% van € 3.551) aan afschrijvingskosten toe.

Maximale afschrijving

De ondernemer stelt dat hij recht heeft op een hogere afschrijving. De rechtbank overweegt echter dat de afschrijvingsbasis € 2.934 exclusief btw is, omdat de ondernemer de btw op de computerkosten heeft teruggevraagd. De maximale jaarlijkse afschrijving bedraagt daar 20% van, wat neerkomt op € 587. De inspecteur heeft in de bezwaarfase al € 711 aan afschrijvingskosten toegestaan, wat dus al hoger is dan het wettelijk toegestane bedrag.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:15431 | 28-05-2026

Geen box 3-vermindering voor niet-bezwaarmakers 2017-2020

Een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020 te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, hoeft niet te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dat heeft de Hoge Raad beslist in twee zaken die als proefprocedures waren voorgelegd.

Kerstarrest

In het Kerstarrest is geoordeeld dat het box 3-stelsel vanaf 2017 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod en het eigendomsrecht als het fictieve rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Aanslagen moeten dan worden verminderd. De wettelijke regeling kent echter een uitzondering. Een vermindering vindt niet plaats als de onjuistheid van de aanslag voortvloeit uit rechtspraak die pas is gewezen nadat de aanslag definitief is geworden. De Hoge Raad heeft in 2022 al beslist dat het Kerstarrest 'nieuwe jurisprudentie' is.

Gelijke behandeling en evenredigheid

De Hoge Raad ziet geen reden terug te komen van zijn eerdere beslissing uit 2022. Personen die geen tijdig bezwaar hebben gemaakt, verkeren niet in dezelfde positie als wel-bezwaarmakers, waardoor van discriminatie geen sprake is. De uitzondering voor 'nieuwe jurisprudentie' is ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De doelen van rechtszekerheid en praktische overwegingen zijn legitiem en de nadelige gevolgen voor niet-bezwaarmakers zijn niet onevenredig. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden leiden, zijn niet gesteld. Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.

Bron: Hoge Raad | jurisprudentie | ECLI:NL:HR:2026:907 | 24-06-2026

Verblijfskosten eigen rijders 2026

Transportondernemers, die meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag per gereden dag aan verblijfskosten ten laste van hun winst brengen. Het voordeel is dat zij bij gebruikmaking van de regeling geen bewijsstukken van de werkelijke verblijfskosten hoeven te bewaren. In 2026 gaat het om een bedrag van € 52 (2025: € 50). Aan deze regeling is een aantal voorwaarden verbonden:

  • Een rit moet langer duren dan 24 uur.
  • De verste bestemming ligt buiten Nederland.
  • De regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar.
  • Het aantal gereden dagen moet aan de hand van tachograafschijven, facturen of rittenstaten onderbouwd kunnen worden.
  • De vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.

De regeling geldt niet voor ondernemers, die onder de vennootschapsbelasting vallen.

Bron: | publicatie | 18-06-2026