Start herstel box 3 op basis van werkelijk rendement

Op 8 juli 2025 heeft de Eerste Kamer de Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen. Dit betekent dat de Belastingdienst kan starten met het herstel van box 3 op basis van het werkelijk rendement.

Vanaf half juli 2025 verstuurt de Belastingdienst gefaseerd brieven aan belastingplichtigen over het doorgeven van hun werkelijk rendement. Deze brieven worden niet verstuurd aan fiscaal dienstverleners, dus het is belangrijk om klanten hierop te attenderen.

Formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR)

Het formulier OWR is sinds 10 juli 2025 beschikbaar via Mijn Belastingdienst. Het wordt aangeraden te wachten met het invullen van het formulier tot de brief is ontvangen. In deze brief staat belangrijke informatie, zoals het fictief rendement, die nodig is voor het invullen van het formulier.

Bron: Belastingdienst | persbericht | 07-07-2025

Geen bezwaar, geen rechtsherstel

Een man ontvangt een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2019 en maakt hier tijdig bezwaar tegen. Kort daarna oordeelt de Hoge Raad in het zogenaamde kerstarrest dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) als de belasting hoger uitvalt dan het werkelijk behaalde rendement. Vervolgens verklaart de staatssecretaris tijdens een collectieve uitspraak op bezwaar alle bezwaarschriften binnen de massaalbezwaarprocedure gegrond voor de jaren 2017 tot en met 2020.

Rechtsherstel 

De man dient vervolgens verzoeken in voor ambtshalve vermindering van zijn aanslagen inkomstenbelasting over 2017, 2018 en 2019. Hij vermeldt daarbij dat deze verzoeken, voor zover nog nodig, ook als bezwaarschrift mogen worden aangemerkt. De Belastingdienst bevestigt alleen de ontvangst van het bezwaar voor 2017. Later ontvangt de man een algemene brief over de massaalbezwaarprocedure. Hierin staat dat aanslagen die deelnemen aan de procedure in aanmerking komen voor rechtsherstel. Uiteindelijk krijgt hij rechtsherstel voor 2019 en zijn aanslag wordt verminderd.

Te laat

Voor 2017 en 2018 wijst de Belastingdienst de verzoeken af, omdat deze te laat zijn ingediend. De man vecht deze beslissing aan, maar de rechtbank en later ook het gerechtshof oordelen dat de afwijzing terecht is. Zij vinden dat de brief over de massaalbezwaarprocedure niet anders kan worden uitgelegd dan dat deze alleen geldt voor aanslagen waarvoor tijdig bezwaar is gemaakt. Omdat de verzoeken over 2017 en 2018 buiten de termijn vallen, blijven de afwijzingen in stand.

Bron: Gerechtshof Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:GHDHA:2025:965 | 07-05-2025

Cryptohandel met trading bot is bron van inkomen

Een man begint in 2017 met het handelen in cryptovaluta. Hij richt zich op het behalen van voordeel door te profiteren van marktimperfecties. In essentie koopt de man cryptovaluta voor een prijs (iets) lager dan de marktprijs om die vervolgens tegen de marktprijs te verkopen, of verkoopt hij cryptovaluta tegen een prijs die (iets) hoger ligt dan de marktprijs om deze vervolgens tegen de marktprijs aan te kopen. De transacties zijn niet zonder risico. De tegengestelde transactie vindt pas plaats nadat de initiële transactie is afgewikkeld. Ontwikkelingen in de markt tussen de initiële transactie en de tegengestelde transactie kunnen ertoe leiden dat het resultaat van de combinatie van transacties negatief is.

Aanvankelijk voert de man de transacties handmatig uit, maar later in dat jaar ontwikkelt hij software om prijzen efficiënter te monitoren. Uiteindelijk bouwt hij een trading bot, die de transacties automatisch kan uitvoeren. Hiermee vergroot de man de efficiëntie van zijn handel aanzienlijk. 

In 2018 werkt hij verder aan de verfijning van zijn trading bot, waardoor deze zelfstandig en snel transacties kan uitvoeren. Halverwege dat jaar besluit hij zijn dienstverband te beëindigen om zich volledig te richten op de cryptohandel. Met zijn trading bot voert hij in dat jaar meer dan zesduizend transacties uit. De activiteit groeit aanzienlijk, zowel in volume als in complexiteit.

Begin 2019 vraagt de man aan de inspecteur of de handel in cryptovaluta als speculatief kan worden beschouwd en daarom geen bron van inkomen vormt. De inspecteur blijkt het hiermee niet eens en laat hem weten dat de behaalde resultaten in de heffing zullen worden betrokken. Wat volgt, is een discussie over de vraag of de handel in cryptovaluta belastbaar inkomen oplevert.

In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel van de inspecteur. De handelsresultaten zijn niet alleen het gevolg van speculatie. Er is volgens het hof sprake van een objectieve voordeelsverwachting. Ondanks de risico’s en schommelingen in marktprijzen is de verwachting objectief gezien realistisch dat de activiteiten winstgevend zullen zijn. Het hof oordeelt dat de inkomsten uit cryptohandel een bron van inkomen zijn en daarom terecht in de belastingheffing zijn betrokken.

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2025:1479 | 17-03-2025