Grenzen aan herstel ambtelijk verzuim gebruikelijk loon via LB

Een broer en zijn zus bezitten in 2020 ieder de helft van de aandelen in een bv. De zus verricht werkzaamheden voor de bv via haar eenmanszaak. De broer is dga en verricht zijn werkzaamheden voor de bv deels in loondienst en deels via zijn eenmanszaak. Op 24 december 2022 legt de inspecteur aan de zus een navorderingsaanslag IB 2020 op, maar daarin neemt hij geen gebruikelijk loon op.

Gebruikelijk loon

De inspecteur stelt vervolgens boekenonderzoeken in bij de bv naar de loonheffingen (LB) over 2019 en 2020. Uit deze onderzoeken blijkt dat het gebruikelijk loon van zowel de zus als de broer niet correct is vastgesteld. Voor de zus concludeert de inspecteur dat haar gebruikelijk loon € 34.125 bedraagt. Voor de broer concludeert hij dat zijn loon moet worden verhoogd met € 23.333 naar € 46.000. De bv krijgt een correctieverplichting opgelegd. Omdat zij daar niet aan voldoet, legt de inspecteur op 23 februari 2023 een naheffingsaanslag LB op aan de bv.

Ambtelijk verzuim bij zus

In de zaak van de zus stelt het hof vast dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door het gebruikelijk loon niet mee te nemen in de navorderingsaanslag IB 2020. Vanaf dat moment is de inspecteur niet langer bevoegd om over dit gebruikelijk loon na te vorderen bij de zus. De naheffingsaanslag LB die de inspecteur vervolgens aan de bv oplegt, vormt een poging om dit alsnog te corrigeren. Het hof oordeelt dat de wet voorkomt dat de Belastingdienst een ambtelijk verzuim in de IB, waardoor navordering niet meer mogelijk is, via een omweg kan herstellen door alsnog een naheffingsaanslag LB op te leggen aan de inhoudingsplichtige, de bv.

Correctie bij broer

In de zaak van de broer oordeelt het hof dat de inspecteur wél bevoegd is om een naheffingsaanslag voor het aanvullende gebruikelijk loon op te leggen. Volgens het hof leidt het feit dat het gebruikelijk loon niet is gecorrigeerd in de aanslag van de broer niet automatisch tot een ambtelijk verzuim. De inspecteur mag uitgaan van de juistheid van de aangifte, tenzij daarover redelijke twijfel bestaat. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:1946 en 1947 | 14-07-2026

Niet ingehouden loonheffing hoort ook niet bij het genoten loon

Een dga geeft over 2023 een loon van € 29.880 aan, met € 7.442 aan ingehouden loonheffing. Zijn bv draagt die loonheffing echter nooit af en de inspecteur verrekent daarom niets. De dga kan niet bewijzen dat de loonheffing wel is ingehouden. Toch krijgt hij deels gelijk, omdat de inspecteur niet kan aantonen dat de dga het bedrag op een andere manier heeft genoten. De rechtbank verlaagt het belastbaar inkomen daarom met € 7.442 naar € 22.438.

Loonheffing op papier

De dga is bestuurder en enig aandeelhouder van een bv. Na een aanmaning volgt zijn aangifte IB pas op 7 oktober 2024. De aanslag van 11 januari 2025 volgt de aangifte, maar de inspecteur zet de voorheffing op nul. De inspecteur wil de bewijslast omkeren. De rechtbank weigert dat. De aangifte was weliswaar te laat, maar ruim voordat de aanslag werd opgelegd. De inspecteur kan en moet er dan rekening mee houden. Daarom gelden de normale bewijsregels.

Inhouding

Inhouden betekent het administratief afzonderen van een deel van het brutoloon om het af te dragen. Afdracht is geen voorwaarde. Voor die afzondering heeft de dga alleen zijn eigen verklaring. De administratie van de bv is in beslag genomen. Volgens de rechtbank had hij met bankafschriften, loonstroken of back-ups van de externe loonadministrateur toch een begin van bewijs kunnen leveren. Ook een beroep op de schijn van inhouding strandt. Die leer ziet volgens de rechtbank vooral op werkgevers en werknemers die los van elkaar staan, en dat is hier niet het geval.

Niet genoten

Dan rest de vraag of de dga het bedrag toch heeft genoten. Normaal gebeurt dat door de inhouding zelf. Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2016 moet de inspecteur bewijzen dat het bedrag op een andere manier aan de werknemer ten goede is gekomen. De inspecteur stelt daar niets over. Het bedrag van de loonheffing hoort daarom niet tot het belastbaar inkomen. De dga heeft geen recht op verrekening, maar betaalt ook geen belasting over loon dat hij niet heeft genoten.

Te laat

In een nader stuk stelt de inspecteur dat het bedrag aan loonheffing ontbrekend gebruikelijk loon is. Om die reden dient het alsnog belast te worden. De rechtbank acht het beroep op interne compensatie in strijd met de goede procesorde. Het standpunt van de inspecteur is pas op de zitting duidelijk geworden.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNNE:2026:3900 | 07-09-2026

Loods bij de woning op kosten van de bv is een winstuitdeling

Een dga is indirect enig aandeelhouder van een bv die tot 2014 een tankstation en wasstraat exploiteert op zijn privéperceel. Daarna ligt die locatie stil door een conflict met de gemeente. Vanaf augustus 2015 verrijst bij zijn woning een loods zonder vergunning. De facturen voor beton, kozijnen, platen en bouwwerkzaamheden komen in de boekhouding van de bv terecht, geactiveerd op de balans. Tijdens een bedrijfsbezoek in juni 2019 vertelt de dga dat hij de loods ook privé gebruikt. Dat gesprek leidt tot een boekenonderzoek.

Twee verhalen

In beroep vertelt de dga iets anders. De loods is volgens hem alleen bedoeld om een nieuwe wasstraat voor de bv voor te bereiden. De loods is demontabel en kan naar de oude locatie worden verhuisd, zodra de gemeente meewerkt. Het hof gelooft de eerste verklaring, want de twee zijn niet met elkaar te rijmen. De loods dient alleen voor eigen gebruik. Een zakelijke grondslag ontbreekt. Beide partijen zijn zich van de bevoordeling bewust en de bv heeft voldoende reserves. Het hof ziet zelfs een patroon waarin de dga de bv voor persoonlijke doeleinden inzet.

Het hele bedrag

Volgens de dga gaan alleen de facturen van € 17.000 en € 8.000 over de loods. Het hof volgt dat niet. Alle facturen dateren uit dezelfde periode en foto's tonen dat er destijds geen ander bouwwerk was. De dga bespaart kosten die hij had moeten dragen, inclusief btw. Het voordeel is dus het volledige bedrag. Verrekening met de rekening-courant faalt, omdat de kosten op de balans staan.

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2026:2577 | 29-06-2026