Aanpassingen IB particulieren en box 2

Specifieke zorgkosten

De regeling aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten zal worden afgeschaft per 2028. Er komt geen overgangsrecht voor negatieve persoonsgebonden aftrek die samenhangt met de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit betekent dat een teruggave of nagekomen betaling, die na 1 januari 2028 wordt ontvangen voor eerder afgetrokken zorgkosten, niet meer leidt tot een negatieve persoonsgebonden aftrek. 

Aftoppingsgrens pensioen

Sinds 1 januari 2015 is het inkomen, waarover aanvullend pensioen of een lijfrente kan worden opgebouwd, gemaximeerd. De zogenoemde aftoppingsgrens wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2026 bedraagt de aftoppingsgrens € 137.800. In 2025 en 2026 is de aftoppingsgrens niet geïndexeerd. Voorgesteld wordt om ook in de jaren 2027 tot en met 2032 geen indexatie toe te passen op de aftoppingsgrens.

Verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing

Als de werkelijke leiding van een vennootschap wordt verplaatst naar Nederland (zetelverplaatsing), ontstaat voor de in het buitenland woonachtige aanmerkelijkbelanghouder een buitenlandse belastingplicht voor de inkomstenbelasting. Dit leidt ertoe dat over reguliere voordelen en over vervreemdingsvoordelen in Nederland inkomstenbelasting in box 2 is verschuldigd.

Op basis van de huidige wettekst kan het standpunt ingenomen worden dat de verkrijgingsprijs vastgesteld moet worden op de (historische) tegenprestatie bij verkrijging van het aanmerkelijk belang. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om de verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing vast te stellen op de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang op dat moment. Hierdoor wordt alleen een waardestijging of een waardedaling die plaatsvindt na de zetelverplaatsing tot het inkomen uit box 2 gerekend.

Vererfd ab en fictief regulier voordeel

Bij een vererfd aanmerkelijk belang kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een faciliteit waardoor reguliere voordelen die binnen 24 maanden na overlijden worden ontvangen, niet direct in box 2 worden belast. Deze faciliteit kan ongewenst uitpakken bij een fictief regulier voordeel uit de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap. Voorgesteld wordt dat de faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang niet kan worden toegepast op dit fictieve voordeel. Bovendien voorkomt de maatregel dubbele heffing. Zonder uitsluiting kan het maximumbedrag van € 500.000 niet worden verhoogd, waardoor bij een ongewijzigde schuld in een volgend jaar opnieuw een fictief regulier voordeel ontstaat.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Tarieven en heffingskortingen 2027

De tarieven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting zien er als volgt uit.

  2027 2026
 Tarief schijf 1  36,23%  35,7%
 Tarief schijf 2  38,16%  37,56%
 Tarief schijf 3  49,5%  49,5%
 Grens schijf 1  € 39.247  € 38.883
 Grens schijf 2  € 78.426  € 79.137
 Algemene heffingskorting, maximaal  € 3.154  € 3.115
 Arbeidskorting, maximaal  € 5.929  € 5.712
 IACK, maximaal  € 2.918  € 3.032
 Jonggehandicaptenkorting  € 935  € 923
 Zelfstandigenaftrek  € 900  € 1.200
 Startersaftrek  € 10  € 2.123
Stakingsaftrek  € 908  € 3.630
 Mkb-winstvrijstelling  12,7%  12,7%

* Voor mensen die geboren zijn voor 1 januari 1946 geldt een hogere bovengrens van schijf 1 van € 41.637.

Vrijheidsbijdrage

De wettelijke inflatiecorrectie vindt jaarlijks plaats door toepassing van de zogenoemde tabelcorrectiefactor. Het kabinet stelt voor dat burgers en (in beperkte mate) bedrijven de vrijheidsbijdrage leveren in de vorm van een beperking van de toepassing van de wettelijke inflatiecorrectie. De tabelcorrectiefactor wordt beperkt toegepast in de inkomsten- en loonbelasting voor 2027 en 2028. Normaal zou de inflatiecorrectie 2,6% bedragen (factor 1,026) in 2027, maar nu wordt slechts 48% toegepast (factor 1,01248). Daardoor stijgen tariefschijven, heffingskortingen en enkele andere bedragen minder sterk.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 14-09-2026

Geen arbeidskorting na ziekmelding

Ziektewetuitkeringen worden alleen als inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking aangemerkt als deze worden genoten tijdens een bestaande dienstbetrekking. Als de dienstbetrekking is beëindigd, vormen de uitkeringen geen inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking. In dat geval bestaat er geen recht op arbeidskorting.

Uitzendovereenkomst 

Op 25 november 2021 sluit een man een uitzendovereenkomst (fase A). Deze overeenkomst bevat een belangrijke bepaling: de dienstbetrekking eindigt van rechtswege bij ziekmelding. In 2022 meldt de man zich ziek in week 7 en opnieuw van week 14 tot en met 52. Voor deze periodes ontvangt hij een ziektewetuitkering. In zijn aangifte 2022 geeft de man € 26.962 aan als inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking en claimt hij een arbeidskorting van € 4.008. De inspecteur stelt de arbeidskorting vast op € 915.

Arbeidskorting

De rechtbank oordeelt dat de ziekmelding de dienstbetrekking heeft beëindigd. De ziektewetuitkering die de man in week 7 van 2022 heeft ontvangen, kan daarom niet worden gerekend tot inkomen uit een tegenwoordige dienstbetrekking. Er bestaat over dit bedrag geen recht op arbeidskorting. Wanneer de man vanaf week 8 weer arbeid verricht, is er sprake van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Dit volgt uit de contractuele bepaling dat partijen een nieuwe overeenkomst moeten sluiten als de eerdere dienstbetrekking wegens ziekte is beëindigd. Deze nieuwe dienstbetrekking eindigt vervolgens van rechtswege met de tweede ziekmelding van de man. Hierdoor kunnen ook de ziektewetuitkeringen die de man heeft ontvangen in de weken 14 tot en met 52 van 2022 niet worden gerekend tot inkomen uit een tegenwoordige dienstbetrekking. Ook over deze bedragen bestaat dus geen recht op arbeidskorting.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:6778 | 01-09-2026