Meer tijd om toeslagen over 2025 aan te vragen

De aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025 is met vier maanden verlengd. De aanvraagtermijn voor deze toeslagen loopt nu tot en met 31 december 2026. Voorheen was het mogelijk deze toeslagen aan te vragen tot en met 1 september van het daaropvolgende jaar. Nu hebben mensen na afloop van een kalenderjaar nog een volledig jaar de tijd om te checken of zij recht hebben op toeslagen en deze alsnog aan te vragen. Deze verruiming maakt het ook gemakkelijker om een aanvraag te doen op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2025. Veel mensen ontvangen deze aanslag in de zomer. Voor ondernemers met uitstel voor het doen van belastingaangifte geldt een uitzondering. Zij kunnen toeslagen aanvragen tot de datum waarop hun uitstel afloopt.

Kinderopvangtoeslag

Voor kinderopvangtoeslag gelden andere aanvraagtermijnen. Deze toeslag kan maximaal drie maanden met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

Bron: Belastingdienst | persbericht | 09-08-2026

Lek dak verhindert aftrek

Een ondernemer claimt aftrek van voorbelasting. Een deel van zijn administratie is echter verloren gegaan door lekkage, waardoor hij de geclaimde voorbelasting niet kan onderbouwen. Het verlies van de administratie door lekkage komt volgens de rechter voor rekening en risico van de ondernemer. Het gevolg is dat de ondernemer niet concreet kan maken welke bedragen op welke facturen of kassabonnen betrekking hebben op belaste prestaties. Op basis van de grootboekkaarten heeft de inspecteur toch een deel van de aftrek voorbelasting toegestaan, waarbij hij volgens de rechter coulant is geweest.

Na regen komt zonneschijn?

Ten aanzien van de voorbelasting op de zonnepanelen heeft de ondernemer verklaard dat deze worden gebruikt voor de verhuur van appartementen. Dit is een onbelaste prestatie. De ondernemer heeft ook niets aangevoerd over eventuele teruglevering van energie aan het energiebedrijf en de vergoedingen daarvoor. De aftrek van voorbelasting op de zonnepanelen is daarom terecht geweigerd.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:6382 | 12-07-2026

Van verplicht naar vrijwillig: weg aftrek pensioenpremie

Een werknemer was tot 2017 verplicht verzekerd in Luxemburg en bouwde daar pensioen op. Daarna wordt hij verplicht verzekerd in Nederland, maar hij zet de Luxemburgse pensioenregeling vrijwillig voort. De premie die hij zelf betaalt, wil hij aftrekken als negatief loon of als lijfrentepremie. Het hof wijst beide af. De vrijwillige voortzetting is een privéaangelegenheid zonder voldoende verband met de dienstbetrekking.

Van verplicht naar vrijwillig

De werknemer heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Hij werkt jarenlang voor een internationaal concern, waarbij achtereenvolgens een Nederlandse en een Luxemburgse vennootschap als werkgever optreden. Tot 1 september 2017 is hij verplicht sociaal verzekerd in Luxemburg. In dat kader bouwt hij pensioen op bij het Luxemburgse pensioenfonds CNAP. De werkgever betaalt de helft van de premies, de andere helft wordt ingehouden op het loon van de werknemer. Per 1 september 2017 verschuift de verzekeringsplicht naar Nederland en eindigt de verplichte deelname aan CNAP.

Werkgever biedt vergoeding aan

De werkgever informeert de werknemer dat hij de Luxemburgse pensioenopbouw vrijwillig kan voortzetten. De werkgever is bereid de helft van de premie te vergoeden, tot maximaal acht procent van het brutoloon. De werknemer maakt gebruik van die mogelijkheid. Hij sluit zelf een overeenkomst met de Luxemburgse pensioeninstantie en betaalt de premie vanaf zijn privébankrekening. De werkgever vergoedt zijn deel via het loon, aangeduid als 'pension contribution'. Die vergoeding is belast als loon. In 2020 betaalt de werknemer in totaal bijna € 15.000 en ontvangt hij netto ruim € 7.000 van zijn werkgever. Het verschil wil hij aftrekken.

Geen negatief loon

De werknemer voert de eigen bijdrage op als negatief loon. Het hof verwerpt dat. De werknemer heeft zelf in privé de verzekering afgesloten bij CCSS. De werkgever omschrijft het als een 'exclusive agreement between the employee and the Luxembourgish Pension institution'. Anders dan voorheen bij CNAP is de werkgever geen partij bij deze overeenkomst. De premie die de werknemer betaalt, houdt daardoor onvoldoende verband met zijn dienstbetrekking om als negatief loon te kunnen worden aangemerkt. Dat de regeling in het verlengde ligt van de vroegere verplichte verzekering, maakt dit niet anders.

Geen lijfrentepremie

De werknemer betoogt vervolgens dat de premie aftrekbaar is als uitgave voor inkomensvoorziening. Ook dat faalt. Op de werknemer rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de betalingen kwalificeren als lijfrentepremie en dienen ter compensatie van een pensioentekort. Aan die bewijslast heeft hij niet voldaan. De stelling dat sprake is van strijd met het Europese discriminatieverbod, omdat sommige buitenlandse verzekeraars wel zijn toegelaten, behoeft geen behandeling. Eerst moet immers vaststaan dat het om een lijfrentepremie gaat en dat is niet aannemelijk gemaakt.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2026:1278 | 19-05-2026